12 juli 2017

Bijna 107.000 mensen zijn vanuit kamp Westerbork gedeporteerd. Op woensdag 15 juli 1942 vertrekt het eerste transport, met 1137 Joden, waaronder een aantal weeskinderen naar Auschwitz-Birkenau. Er zullen nog 96 transporten volgen. Komende dagen besteedt het NIOD aandacht aan het eerste transport naar vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau en de bijzondere archiefstukken die bewaard zijn gebleven.                                                                                                                                                                                            

Transport uit kamp Westerbork - Datum onbekend - Bron: BeeldbankWO2/NIOD

Van dat allereerste transport (de strafdeportatie naar het concentratiekamp Mauthausen in 1941 niet meegerekend) overleven ongeveer tien mensen de Tweede Wereldoorlog. De uit Essen afkomstige Joodse vluchteling Jozef Hony is één van hen. Op maandag 13 juli 1942 worden zijn vrouw en kind op straat opgepikt. Jozef Hony besluit vrijwillig mee te gaan:  ‘Van Amsterdam gingen we met de trein naar Hooghalen. In de nacht van 14 op 15 juli moesten wij lopen naar Westerbork,’ aldus Hony in een getuigenverklaring, afgenomen door het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie in 1948.

De afstand tussen het station van Hooghalen en kamp Westerbork is ongeveer 10 kilometer. ‘In Westerbork zijn we maar een uur gebleven. We zijn wel geregistreerd en toen direct doorgegaan met bestemming Auschwitz. Over de tocht die hem dan te wachten staat zegt hij iets opmerkelijks: ‘De reis was heel aangenaam. De wagondeuren van de goederenwagons waren gewoon open en wij hadden best kunnen ontvluchten. Ik kon dit echter niet doen, daar ik mijn vrouw en kind bij me had.’

Kurt Israël, net als Hony een naar Nederland geëmigreerde Joodse vluchteling, is bij dit eerste transport aanwezig. Ook hij overleeft de oorlog.                                                                                   

‘Op de reis van Hooghalen naar het oosten hebben we vaak gestopt, maar we mochten niet uit de trein, uitgezonderd één keer, toen we onder bewaking onze behoefte mochten doen.   Doordat we met zeventig mensen plus bagage in één wagon zaten, was het er zó benauwd, dat er herhaaldelijk vrouwen flauw vielen, maar hoewel we verschillende keren om water hebben geroepen, kregen we niets.’ De trein stopt bij Auschwitz. Niet in het kamp zelf, maar een stuk ervoor. ‘Alles was afgezet door SS-posten. De Lagerkommandant stuurde de vrouwen links en de mannen rechts (of andersom). Er waren veel kinderen. Dit was de laatste keer dat ik mijn vrouw zag.’                   

Arbeitseinsatz

Vanaf dan worden Joden systematisch afgevoerd via kamp Westerbork. Zogenaamd om, in het kader van de Arbeitseinsatz, te gaan werken in een werkkamp in Duitsland. Omstreeks 1 juli 1942 worden de eerste oproepen thuisbezorgd door de post. ‘Men begon met jongens en meisjes van zestien, zeventien jaar en ouder, tot omstreeks vijftig jaar. Het lot trof veele Joden,’ schrijft Sally de Jong, de tweelingbroer van Loe de Jong, de latere directeur van het RIOD, in een rapport. Het betreft hier een in het voorjaar van 1943 geschreven ooggetuigenverslag, getiteld De Ondergang van het Nederlandsche Jodendom. Via een smokkelroute komt het bij de Nederlandse regering in Londen terecht. 

‘Wie een oproep kreeg moest zich melden bij de Zentralstelle für Jüdische Auswanderung op het Adema van Scheltemaplein in Amsterdam. Daar werd men geregistreerd - de behandeling was er hondsch - en vervolgens naar de afdeeling Vermogensregistratie van de Joodsche Raad, Lijnbaansgracht gestuurd waar de kip administratief klaargemaakt werd om door de heeren Lippmann & Rosenthal c.s. geplukt te worden.’ (Lippmann, Rosenthal & Co. is een bank die tijdens de Duitse bezetting wordt opgericht om Joods bezit systematisch te registreren en vervolgens te roven.)                                                                                                                                    

Wie niet komt opdagen bij de Zentralstelle für Jüdische Auswanderung, wordt naar een concentratiekamp gestuurd, zo wordt er gedreigd. Mede dankzij het dan al beruchte concentratiekamp Mauthausen lijkt een concentratiekamp in 1942 veel erger dan een ‘werkkamp’.                                                                                                                                                                                         

Maandag en vrijdag

De eerste maanden vertrekt de trein naar Polen op maandag en vrijdag. Van februari tot halverwege november 1943 is er sprake van een wekelijks ritme: iedere dinsdag vertrekt een trein met 1000 tot 3000 mensen. Daarvoor worden hoofdzakelijk goederenwagons gebruikt. (Tot 1943 worden nog personenrijtuigen ingezet, behalve kennelijk bij het eerste transport op 15 juli 1942.)                                                                         

Om onnodige onrust te voorkomen wordt er pas enkele uren voor vertrek bepaald wie op transport wordt gesteld. Men mag een beperkte hoeveelheid bagage meenemen. Allen zitten opgepakt op de grond in een wagon, met in de hoek één tonnetje voor de behoeften. In de andere hoek staat een ton gevuld met water. Eten wordt onderweg niet verstrekt.               

Wie nog niet gepakt is, wordt na verloop van tijd niet meer opgeroepen, maar kan gelijk worden gearresteerd. In Amsterdam vinden massale nachtelijke razzia’s plaats: ‘En zo ging het maar door, iedere dag nieuwe opgeroepenen, iedere week nieuwe treinen naar Westerbork,’ schrijft Sally de Jong in 1943 in zijn ooggetuigenverslag. ‘Iedere avond (behalve vooreerst Zaterdag en Zondag) kwamen tegen achten de patrouilles en overvalauto’s van de Grüne Polizei de Joodsche wijken in rijden. Klokslag 8 uur begon het ‘‘werk’’ tot 1, 2 uur ’s nachts: dan waren weer een paar honderd Joden weggehaald. Zoo ging het door, week na week, letter na letter (men werkte vaak alphabetisch), straat na straat, alles moest mee, alles ‘‘zum Arbeitseinsatz’’.’

Het laatste grote transport vertrekt met 279 Joden op 13 september 1944 naar Bergen-Belsen. Slechts 5000 gedeporteerden overleven de oorlog.                

Na een gevangenschap in Auschwitz komt Sally de Jong in 1945 in Buchenwald om het leven.                                                                 

Archiefbronnen:

Bijschrift: Lijst met namen van het eerste transport van Westerbork naar Auschwitz. Bron: archief NIOD