13 juli 2017

‘Tante Terlaloe is ook hier’

Bijna 107.000 mensen zijn vanuit kamp Westerbork gedeporteerd. Op woensdag 15 juli 1942 vertrekt het eerste transport, met 1137 Joden, waaronder een aantal weeskinderen naar Auschwitz-Birkenau. Er zullen nog 96 transporten volgen.  Komende dagen besteedt het NIOD aandacht aan het eerste transport naar vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau en de bijzondere archiefstukken die bewaard zijn gebleven.               

De verzameling brieven van Isidore en Hester Engers

In deze eerste trein bevindt zich  het echtpaar Isidore en Hester van Engers uit Amstelveen. Bij een poging uit Nederland te ontsnappen worden ze verraden en overgebracht naar Westerbork. Hun elfjarige dochtertje Marlene zit ondergedoken in het pension van haar grootouders (zij overleeft de oorlog). Op die 15e juli schrijven de ouders twee briefkaartjes naar het thuisfront. Moeder Hester schrijft aan haar dochter:

‘Mijn lieve meisje, wees flink, pappie en mammie denken altijd aan jou en zullen altijd aan je blijven denken. We komen terug. Nu gaan we naar Duitschland en zie je weer terug. Heel veel liefs van je mammie en pappie.’

En ook vader Isidore richt zich tot zijn dochter:

‘Marleen wees flink, lief en gehoorzaam. Duizend kussen voor jou en Opa & Oma. Dag mijn lieve lieve  meisje. Pappie.’

Dit is het laatste levensteken van Isidore van Engers. Zijn naam vinden we terug in het Sterbebuch van Auschwitz: op 10 augustus 1942 komt hij daar om het leven.

Zeer bijzonder is dat van Hester van Engers nóg een levensteken wordt ontvangen. Een brief, geschreven op 30 juli 1942. Op de envelop staat bij haar naam als afzender:

Hetty van Engers, Frauenlager Birkenau

Ogenschijnlijk schept de brief een positief beeld van de omstandigheden waarin Hester zich bevindt. Zij is met meer Nederlandse vrouwen ondergebracht in een kamp, waar zij ‘hard moeten werken, maar dat is goed.’ Opvallend is echter de opvoering van een fictief persoon: ‘Tante Terlaloe is ook hier.’ Met deze cryptische zin weet Hester de censuur om de tuin te leiden en de werkelijke situatie in het kamp te omschrijven. Hester heeft haar jeugd doorgebracht in Nederlands-Indië en met het Maleise woord terlaloe, wat vertaald kan worden als ‘te erg’, geeft zij te kennen dat de omstandigheden in Birkenau slecht zijn.

De brief is in haast geschreven. Hester is bezorgd over de onderduik van haar dochter, tot wie zij zich ook persoonlijk richt: ‘Mijn kleine Marlene, mammie komt heusch bij je terug’. Zoals veel van dit soort berichten eindigt de brief optimistisch: ‘Schatten tot wederziens. Jullie Etje.’

Van Hester Alexandria van Engers-Sarluij (geboren 4 april 1906) is na deze brief niets meer vernomen. Aangenomen wordt dat zij voor 30 september 1942 in Auschwitz om het leven is gebracht.

Bron: NIOD, archief 250i (Judendurchgangslager Westerbork), inventarisnummer 1168 en de brief van Hester van Engers gedateerd 30 juli 1942