8 juni 2015

In het NIOD-archief liggen sinds kort documenten die door de Präsidialkanzlei  zijn ontvangen bij de voorbereiding van “banketten, ontvangsten en vergelijkbare feestelijke bijeenkomsten”. Na de oorlog zijn ze uit Berlijn meegenomen door een Nederlandse tolk die in dienst was bij het Engelse leger. Een familielid van deze tolk heeft ze aan het NIOD geschonken.

Tafelschikkingen, gastenlijsten en menu’s laten zien dat Hitler zich persoonlijk bemoeide met de voorbereidingen van diners en ontvangsten. Gerechten kwamen niet op tafel zonder Hitlers instemming. Wijnen mochten niet geserveerd worden als Hitler ze afkeurde. Uit de correspondentie van zijn kabinetschef Otto Meissner blijkt dat Hitler hoogstpersoonlijk bepaalde wie naast hem aan tafel mocht zitten.

In 1935 en 1936 hield Hitler dertien grote diners en ontvangsten met vele tientallen gasten. Het was geen uitzondering als hij een paar honderd gasten uitnodigde. Getalsmatig hoogtepunt was de receptie op 15 augustus 1936 waarbij de vijfhonderdvijftig sporters en begeleiders van het Duitse Olympische team op audiëntie kwamen. Een week eerder waren internationale notabelen gefêteerd die in Berlijn waren om de Olympische wedstrijden bij te wonen. Naast de kroonprinsen van Italië, Griekenland en Zweden waren ook de twee zonen van de Italiaanse dictator Mussolini aanwezig. Zij kregen een lunch aangeboden waarbij onder andere schildpadsoep en eend op het menu stonden. De koning van Bulgarije die de Spelen incognito bijwoonde, werd door Hitler begunstigd met een persoonlijk onderhoud.

De banketten werden tot in detail voorbereid. Voor het bezoek van een Japanse delegatie eind november 1936 werden de bloemen geschikt in de vorm van het Japanse staatssymbool. De bloemen mochten echter niet in groepjes van zestien bij elkaar staan omdat dat getal voorbehouden was aan het wapen van de keizer. Bij het diner met de Poolse minister van buitenlandse zaken Josef Beck op 3 juli 1935 was diens echtgenote uitverkoren als Hitlers tafeldame. Kabinetschef Meissner bracht Hitler enkele gespreksonderwerpen onder de aandacht. Hij liet weten dat mevrouw Beck hield van volksdansen en klederdracht en dat zij onlangs het kuuroord Reichenhall had bezocht waar zij ook in haar jeugd geweest was: “Sie ist etwas leidend und in Behandlung eines ‘Wunderdokters’ in Warschau”.

De documenten zijn opgeborgen in collectie 215 Duitse instellingen buiten Nederland.

Ze zijn in te zien na ondertekening van een archiefverklaring.