De herinnering aan de Tweede Wereldoorlog speelt nu, decennia later, nog altijd een grote rol in het denken en doen van de Nederlanders. Bijna dagelijks brengen de massamedia berichten die verwijzen naar de ervaringen en gevolgen van oorlog en bezetting. Ook de generaties die na 1945 zijn opgegroeid hebben ervaren hoe moeilijk het is zich te onttrekken aan de veelomvattende invloed van de jaren '40-'45.

Het is daarom niet verwonderlijk dat dr. L. de Jong, de vroegere directeur van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie en in belangrijke mate de grondlegger van de populaire en wetenschappelijke geschiedschrijving van de Tweede Wereldoorlog, wel is gezien als 'het nationale geweten'. Uiteraard zijn De Jongs methode en uitgangspunten, als alle andere, vatbaar voor discussie. Zeker in de laatste tien jaar, toen zijn werk de voltooiing naderde, is gebleken hoezeer hedendaagse historici hieruit dankbaar putten om een beeld te krijgen van de stand van kennis en interpretatie. Tegelijkertijd echter aarzelen zij niet—en dit is eigen aan de geschiedwetenschap—lacunes te constateren, nieuw onderzoek te verrichten en eigen visies te ontwikkelen.

Oorlogsdocumentatie, het jaarboek dat het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie hierbij aan de vooravond van het herdenkingsjaar 1990 voor de eerste maal presenteert, wil deze ontwikkeling in de geschiedschrijving helpen stimuleren en de resultaten aan een breed publiek aanbieden. De redactie is van mening dat een periodiek dat zich richt op de wetenschappelijke studie van de Tweede Wereldoorlog, in het bijzonder in relatie tot ons land, bestaansrecht heeft vanwege de grote en brede belangstelling voor dit onderwerp en vanwege het vanzelfsprekende feit dat dit voor de Nederlandse historische tijdschriften slechts één van de aandachtsvelden kan zijn.

Aan de inhoud van Oorlogsdocumentatie ligt de volgende formule ten grondslag:

  • het richt zich niet uitsluitend op Nederland - ook al zal begrijpelijkerwijs veel aandacht worden geschonken aan aspecten van juist de Nederlandse bezettingsgeschiedenis;
  • het beperkt zich niet strikt tot de periode 1940-1945 - ook al zullen vele bijdragen onderwerpen behandelen die wel binnen die tijdsspanne vallen;
  • naast artikelen van specialisten zullen ook studies van niet-historici worden verwelkomd;
  • het jaarboek zal voornamelijk bestaan uit bijdragen uit Nederland zelf - maar het zal er ook naar streven artikelen van buitenlanders op te nemen;
  • voor ieder jaarboek zal een zojuist afgestudeerde worden uitgenodigd zijn of haar doctoraalscriptie, die gezien het onderwerp en de kwaliteit van de uitwerking daarvan de aandacht van de redactie heeft getrokken of waarop zij door anderen is gewezen, te bewerken tot een artikel voor het jaarboek;
  • resultaten van recent onderzoek zullen niet alleen gepresenteerd worden in de vorm van artikelen - ook op andere wijze kan deze periode belicht worden: door tijdsdocumenten te publiceren, door aandacht te besteden aan actuele discussies of door een voorbeeld van 'oral history' te presenteren;
  • beeldmateriaal zal een belangrijke plaats in het jaarboek innemen: een vaste rubriek is ingeruimd voor een foto-essay.

Hoe afwisselend de inhoud tot zover ook moge zijn, Oorlogsdocumentatie kent ook een aantal constanten:

  • een overzicht van de werkzaamheden van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, samengesteld door de directeur;
  • een artikel waarin de bibliothecaris van het instituut de belangrijkste studies die in het afgelopen jaar verschenen zijn op het terrein van de Tweede Wereldoorlog recenseren zal;
  • een eveneens door medewerkers van het instituut verzorgd overzicht van lopend wetenschappelijk onderzoek naar de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog;een beschouwing over een belangrijk archief of een interessante collectie van het instituut van de hand van een van de medewerkers van het instituut.

De redactie van Oorlogsdocumentatie wil met deze formule voor het jaarboek de ambitie uitdrukken een breed publiek kennis te laten nemen van de voortgang van het buitengewoon veelzijdige onderzoek naar de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog.

Inhoudsopgave

- J.Th.M. Houwink ten Cate, 'Het jongere deel'. Demografische en sociale kenmerken van het jodendom in Nederland tijdens de vervolging
- C.J.F. Stuldreher, De Nederlandse Staat en de opsporing van de gedeporteerde joden
- Connie Kristel, 'De moeizame terugkeer'. De repatriëring van de Nederlandse overlevenden uit de Duitse concentratiekampen
- C.H. Wiedijk, De 'Apollohalrede' van Koos Vorrink op 27 april 1946. Een benadering van de oorspronkelijke tekst
- L. de Jong, Twee gesprekken met Gertrud Seyss-Inquart, Salzburg, 30 september 1952
- N.K.C.A. in ’t Veld, De 'Historikerstreit'. Een interview met Hans Mommsen

Het foto-essay
- René Kok, Het bezoek van Mussert aan Dachau

Het recensieartikel
-Dick van Galen Last, Literatuuroverzicht 1982-1989

Het archief
- Erik Somers, Het archief van de NSB. Totstandkoming, samenstelling en ontsluiting

Onderzoek
- René Kruis en Hans de Vries, Lopend onderzoek. Een inventarisatie

Stand van zaken
- A.H. Paape, Het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie in de jaren tachtig

Plaats van uitgave: 
Zutphen
Uitgever: 
Walburg Pers
Jaar van uitgave: 
1989