Mr. Meinoud Marinus Rost van Tonningen (1894-1945) meldde zich in augustus 1936 aan bij de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB). Hiermee beëindigde hij abrupt zijn succesvolle internationale loopbaan als diplomaat bij de Volkenbond. Rost werd op 19 februari 1894 geboren in Soerabaja in Nederlands-Indië als derde en jongste zoon van de plaatselijke hoofdofficier van het Koninklijk Nederlandsch-Indische leger. Na een mislukte ingenieursstudie in Delft studeerde hij rechten in Leiden. Rost van Tonningen specialiseerde zich in het volkenrecht. Zijn baan bij de Volkenbond bracht Rost in het middelpunt van de turbulente internationale politiek in de jaren dertig. Hij raakte onder de indruk van het daadkrachtige optreden en de rassenideologische theorieën van de nazi's in Duitsland. Door zich aan te sluiten bij de NSB meende Rost in eigen persoon een bijdrage te leveren aan de verspreiding van de nationaalsocialistische gedachte in Nederland.

NSB-leider Anton Mussert ontving hem met open armen. Na het aanvankelijke succes en de goede verkiezingsuitslag (7,9% van de stemmen) bij de Provinciale Statenverkiezingen van 1935, had de beweging te kampen met een teruglopend ledenbestand en steeds fellere oppositie. Rost beschikte over kennis van financiële zaken, een internationaal netwerk en genoot aanzien als bekwaam diplomaat. Zijn eerste klus: het leiden van Het Nationale Dagblad.

Ook nam Rost vanaf 1937 zitting in de Tweede Kamer namens de nationaalsocialisten. Rost stond bekend als een vertegenwoordiger van een radicaal, fel-antisemitisch, op rassenideologie gestoeld nationaalsocialisme. Zijn grootste succes in de Kamer behaalde hij door het aanwakkeren van de zaak-Oss, een corruptieschandaal dat minister van Justitie Goseling in opspraak zou brengen. 

Rost onderhield nauwe contacten met Duitsland. In maart 1940 bracht hij een bezoek aan Berlijn om de autoriteiten ervan te overtuigen dat een Duitse inval de populariteit van het nationaalsocialisme in Nederland veel schade zou berokkenen. Rost werd nauwlettend in de gaten gehouden door de justitiële instanties. Toen een week voor de Duitse inval in mei 1940 21 Nederlanders preventief in hechtenis werden genomen, was het veelzeggend genoeg niet Mussert, maar Rost van Tonningen die werd opgesloten.

Rost van Tonningen spreekt voor de Kulturbund in Wenen 1935
Fragment uit brief van Rost aan Mussert, 7 augustus 1936, waarin hij zich aanmeldt als NSB-lid. NIOD archief 123 map 58.
Het Nationale Dagblad, 6 mei 1940, bericht over de preventieve hechtenis van Rost