De arbeidsinzet

Meer dan elf miljoen arbeiders uit bezette gebieden in Europa moesten tijdens de Tweede Wereldoorlog werken in Duitsland. Dit grootschalige dwangarbeidsproject van de nazi’s werd ook wel de Arbeitseinsatz (=arbeidsinzet) genoemd.

De Duitse werknemers die in het Duitse leger moesten dienen, werden door arbeiders uit de bezette gebieden vervangen. Onder hen waren meer dan een half miljoen Nederlandse mannen.

Voor de oorlog werkten sommige Nederlanders vrijwillig in Duitsland, omdat er in Nederland weinig werk was. In Duitsland was voldoende werkgelegenheid, omdat het land bezig was zich te herbewapenen. Tijdens de oorlog veranderde echter het karakter van de arbeidsinzet. De bezetter verplichtte de Nederlandse mannen te gaan werken in Duitsland en bij weigering volgde er straf.

Een maand nadat de Duitsers Nederland waren binnengevallen, verscheen de eerste openbare aankondiging. Hierin werden werklozen opgeroepen om zich voor werk in Duitsland te melden. De bezetter ging er vanuit dat de Nederlanders zich vrijwillig zouden melden. Toen bleek dat dit niet altijd het geval was, veranderde vanaf eind juni 1940 de aanpak van de Duitsers. Dit betekende dat weigering van uitzending naar Duitsland zou leiden tot de stopzetting van ondersteuning of van de uitkering uit de werklozenkas.

De Nederlandse arbeiders kwamen terecht in alle uithoeken van het Derde Rijk. De meesten gingen per trein op transport. Er was veel ziekte en honger. Ruim 30.000 van hen kwamen om het leven.

Gedwongen tewerkstelling in Duitsland veranderde het leven in bezet Nederland vanaf eind 1942 in hoge mate. Doordat veel mannen op dat moment in Duitsland werkten, waren er minder arbeiders in Nederland beschikbaar. Dit had een negatieve werking op de economie in Nederland. Ook het gezinsleven veranderde drastisch, de vrouwen van de tewerkgestelden kwamen er alleen voor te staan en moesten voor inkomen en de kinderen zorgen.

De meeste dwangarbeiders begonnen na de capitulatie van Duitsland, in mei, aan hun terugreis naar Nederland. Velen van hen arriveerden in de maanden juni en juli 1945.

Adviesbureau voor arbeid in het buitenland (een zogeheten 'ronselbureau') in Rotterdam
Zijt gij 's vijands slaaf? Meldt u dan. Zoo niet, dan niet! (anti-Duits)