Buitenlandse fictie over de Tweede Wereldoorlog

Juli 2014, Marjo Bakker (vakreferent)

 

Jan Procházka, Koets naar Wenen (Amsterdam: Wereldbibliotheek, 2011). Vertaling van: Kočár do Vídně (1967).

De Tsjechische schrijver Jan Procházka (1929-1971) schreef Koets naar Wenen in 1966 als filmscenario en 1967 verscheen het als novelle. Na de inval van de Russische troepen in 1968 werden boek en film verboden omdat het inging tegen het beeld van Duitse fascisten als monsters en verzetsstrijders als helden.

Koets naar Wenen is een prachtig geschreven boekje over twee Wehrmachtsoldaten die, op de vlucht voor het Rode Leger, een Moravische boerin dwingen hen terug naar Wenen te brengen met haar paard en wagen. De boerin, wier echtgenoot eerder die dag door de Duitsers is vermoord, laat de soldaten in de waan dat ze richting Wenen rijden, rijdt ondertussen rondjes in het bos, en zint op wraak. De auteur schrijft in korte zinnen en maakt een spannend en indringend verhaal.

Irène Némirovsky, Storm in juni (Breda: De Geus, 2005). Vertaling van: Suite française (2004).

Het manuscript van Storm in juni  van de Franse schrijfster Irène Némirovski (1903-1942) werd pas 62 jaar na haar dood gepubliceerd. Ze had er aan gewerkt tot ze in juli 1942 werd opgepakt en een maand later in concentratiekamp Auschwitz werd vermoord. Al die tijd lag het onvoltooide manuscript in de koffer met foto’s en familiepapieren die de auteur aan haar dochters had meegegeven voor ze onderdoken.

Het boek bestaat uit twee delen. Het eerste deel beschrijft de uittocht uit Parijs naar het zuiden in 1940. Van een rijke familie die een heel project maakt van de uittocht, tot een echtpaar dat werkt bij een bank en met minder bagage op pad gaat. De chaos langs de weg en hoe mensen met elkaar omgingen wordt fascinerend beschreven. Ook het lege Parijs spreekt tot de verbeelding. Het tweede deel gaat over hoe de inwoners van een Franse dorp reageren op de Duitse bezetters die ingekwartierd werden bij de dorpelingen. De Duitsers blijken niet allemaal slecht te zijn en de Fransen niet allemaal goed, en net als in het eerste deel spelen de klassenverschillen een rol. De personages worden mooi, als in een Russische roman, neergezet.

Jiří Weil, Leven met de ster (Amsterdam: Van Gennep, 2012). Vertaling van: Život s hvězdou (1949). In 1989 verschenen als: De ster van Josef Roubíček.

In Leven met de ster probeert voormalig bankbediende Josef Roubíček - arm, joods - zich staande te houden in bezet Praag. Hij doet dit door zo min mogelijk op te vallen en aan de Duitse verordeningen te gehoorzamen. Aan bezit doet hij niet, hij verstookt het liever voor wat warmte. Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van Josef Roubíček waardoor het extra beklemming krijgt. Hij spreekt veel in zichzelf met zijn grote liefde Růžena en ook straatkat Thomas is een gesprekspartner. Verder zondert hij zich af. Eenzaam als hij is, lijkt zijn verhaal aan het einde van het boek toch een hoopvolle wending te nemen als hij besluit zijn lijdzaamheid op te heffen.

Ook dit boek heeft een geschiedenis. De joodse Jiří Weil (1900-1959) overleefde de oorlog in Praag door zijn eigen zelfmoord in scene te zetten en daarna onder te duiken. In communistisch Tsjecho-Slowakije werd het ‘decadente existentialistische’ Leven met de ster in de ban gedaan om vanaf 1964, tijdens de politieke dooi, opnieuw te verschijnen.  De auteur was toen al in vergetelheid overleden.

Hans Fallada, Alleen in Berlijn (Amsterdam: Cossee, 2010). Vertaling van: Jeder stirbt für sich allein (1947). In 1949 verschenen als: Ieder sterft in eenzaamheid. In 1965 verschenen als: De Führer heeft mijn zoon vermoord.

De Duitse schrijver Hans Fallada ( 1893-1947) stierf kort na het inleveren van het manuscript van Alleen in Berlijn dat hij in 4 weken schreef. In 2010 werd de roman herontdekt en internationaal een enorme hit.

Het boek gaat over het fatsoenlijke Berlijnse echtpaar Quangel, gebaseerd op het echte verhaal van het echtpaar Hampel. Nadat ze bericht krijgen dat hun zoon in Frankrijk is gesneuveld, besluiten ze op hun eigen manier verzet te plegen door het verspreiden van briefkaarten met teksten tegen het naziregime. Ze hopen hiermee de mensen wakker te schudden maar erg effectief blijkt hun amateuristische verzetsactie niet. Ze blijven er evenwel mee doorgaan en de Gestapo gelast een onderzoek. Naast de Quangels komen ook andere personages aan bod zoals de fanatieke nazi buurjongen, de postbode en de laconieke rechercheur die de briefkaartenzaak onderzoekt. De angst voor de nazi’s en de onderdrukking komt heel goed naar voren. Het boek is traag en spannend tegelijk en het einde van Otto Quangel indrukwekkend.

Laurent Binet, HhhH. Himmlers hersens heten Heydrich (Amsterdam: Meulenhoff, 2010). Vertaling van: HHhH (2009)

In het boek HhhH. Himmlers hersens heten Heydrich van de Franse schrijver Laurent Binet (1972) wordt de lezer betrokken bij het schrijfproces van een historische roman. De auteur worstelt met vragen als laat je een historisch personage nu een rood hoofd van woede krijgen of kun je dat niet doen omdat je dat niet in de bronnen aantreft?

De historische gebeurtenis waar het boek om draait is de aanslag op Reinhard Heydrich in mei 1942. Heydrich was sinds 1941 plaatsvervangend Reichsprotektor van Bohemen en Moravië. Hij overleed aan de volgen van een aanslag gepleegd door twee Tsjechische parachutisten en leden van het verzet, Jozef Gabčik en Jan Kubiš. Er wordt jacht gemaakt op de twee aanslagplegers en bijvoorbeeld het vuurgevecht vanuit de kerk waar ze zich schuil houden weet de auteur heel goed te beschrijven. De combinatie van een historisch verhaal en de overwegingen van de auteur over hoe het op te schrijven, is verfrissend en grappig.

Koets naar Wenen
Storm in juni
Leven met de ster
Alleen in Berlijn
http://www.trouw.nl/tr/nl/4468/Schrijf/article/detail/2848072/2011/08/13/De-bezetter-die-menselijk-wordt.dhtml