Uitgelicht 1: Oud-NSB’ers: homogene groep of niet?

“Zij mochten geen ‘doorn’ in het ‘vlees van de Nederlandse democratie’ worden”, had oud-ss’er en overtuigd nationaalsocialist Paul van Tienen begin jaren zestig tegen reporters gezegd. Daarom had hij de oud-nsb’ers en andere voormalige medestanders van de Duitse bezetter een nieuw politiek tehuis willen geven in de jaren vijftig. Dat was jammerlijk mislukt. Volgens Van Tienen waren ze nu een steriele groep: afzijdig van de samenleving. Uitgesloten. Paria’s.

Van Tienen kreeg veel kritiek, ook van oud-nsb’ers zelf. Zij vonden helemaal niet dat de oud-collaborateurs een aparte groep vormden of dat zij genadeloos waren buitengesloten. Sterker nog: veel oud-nsb’ers vonden dat zij helemaal geen ‘groep’ waren en met mensen als Van Tienen wilden ze niet geassocieerd worden. Zij beschouwden zichzelf niet als nazi’s in hart en nieren, maar als gewone Nederlanders die een fout hadden gemaakt, maar nu weer zo gewoon mogelijk meedraaiden.

Dit onderzoek bevestigt deze voorstelling van een allesbehalve homogene groep: wat opvalt is de variatie aan verhalen, aan strategieën en routes, aan pogingen en probeersels om een plek te veroveren in het naoorlogse Nederland.