Uitgelicht 3: Veranderde omgang met fout verleden

Tussen 1950 en 1970 veranderde veel in de manier waarop men naar oud-collaborateurs keek. Dit was geen verandering van afwijzing, naar meer openheid, of van zwart-wit denken naar meer nuance. Dit soort lineaire geschiedvoorstellingen worden vrijwel altijd door de feitelijke ontwikkeling gelogenstraft. De jaren vijftig laten een zekere terughoudendheid zien, naast een overduidelijke aanwezigheid van de Tweede Wereldoorlog: de oorlog was nog overal, en zelfs zo aanwezig dat hij niet steeds genoemd hoefde te worden. De praktische gevolgen van de bezetting werden afgehandeld. Kennis over het oorlogsverleden van mensen was nog vers. In de jaren zestig veranderde dat: ontmaskering werd belangrijker, niet omdat men alsnog de nsb’ers eens te grazen wilde nemen, maar omdat de vrees bestond dat met de afwikkeling van de collaboratie de werkelijke schuldigen, de elite en de onderliggende machtsstructuren niet geraakt waren. De wereld was geen paradijs geworden na de wederopbouw. Het fascisme zat overal. Het werd een stok om de machthebbers mee te slaan. De oud-nsb’ers en vooral ss’ers dienden enerzijds als gezicht van het kwaad, anderzijds als voorbeelden van simpele zielen die door de machtige structuren gebruikt en vermalen waren.

Zo werd de herinnering aan het ‘foute’ verleden telkens voor andere doelen ingezet, telkens door andere groepen. De oud-nsb’ers zelf hadden hierbij vrij weinig speelruimte. Zij werden niet ‘doodgezwegen’ of ‘monddood’ gemaakt. Er was geen maatschappelijk of politiek complot jegens hen. Wel was het onmogelijk op gelijke voet te discussiëren zolang zij niet overtuigend afstand namen van het nationaalsocialisme. Al snel ging de moord op de joden hierin een centrale rol spelen: was de Holocaust de kern van het nationaalsocialisme of juist een schromelijk overdreven randverschijnsel? Hier botste de mening van een deel van de oud-nsb’ers (‘niets van geweten!’) met die van de andere Nederlanders die de Holocaust meer en meer als de centrale misdaad van het nationaalsocialisme gingen beschouwen.