Mei: Claver Irakoze

Tussen de duizend dampende heuvels pronkt een kleine wolkenkrabber. De vele ramen glinsteren in de brandende zon. Op de eerste verdiepingen van het kantoorpand huist een supermarkt met airconditioning en een hippe koffiebar. Het menu biedt latte macchiato’s en dubbele espresso’s. Kigali’s middenstand en toeristen staan er in de rij. Het is het toonbeeld van een land dat aan de toekomst werkt: Rwanda.

Rwanda wordt wel het Singapore van Afrika genoemd. Het groeit als een sneltrein. Het contrast met het Rwanda van negentien jaar geleden is enorm. Toen woedde er nog een burgeroorlog die uitmondde in een gruwelijke genocide. Volgens cijfers van de Verenigde Naties werden meer dan 800.000 Tutsi’s en gematigde Hutu’s in drie maanden afgeslacht. De littekens van dat geweld zijn nog overal zichtbaar en de herinnering wordt levendig gehouden. Learning from our history, to build a bright future,’ roept het billboard bij een bankgebouw.

Je ontkomt niet aan het verleden in Rwanda. Veroordeelde génocidaires werken aan de weg en in de rijstvelden. Ze zijn te herkennen aan hun roze tenues. In oude katholieke kerken en schoolgebouwen wordt de getuigenis van de genocide bewaard. Schedels en kleding van slachtoffers is over de kerkbankjes gedrapeerd. Ze herinneren aan de massamoord die vele families heeft verscheurd. Bij Claver Irakoze (1983) roepen ze de beelden van het donkere verleden weer tot leven. Stilletjes loopt hij langs het verwoeste kerkje in Ntarama. In 1994 gooiden milities er handgranaten naar binnen. De overlevenden sloegen ze dood met knuppels en machetes. De lichamen van die 5000 Tutsi’s zijn daarvan het bewijs.

Net als duizenden andere Tutsi’s zocht Clavers familie in april 1994 veiligheid in een schoolgebouw zo’n 60 kilometer van Kigali. Het College Saint Joseph bleek al snel een gemakkelijk doelwit van moordende Hutu milities. De elfjarige Claver zag hoe zijn vader in de vroege ochtend van 28 april werd geslagen en afgevoerd. Hij zag hem nooit meer terug. Net als vele anderen vluchtelingen uit de school. Op 2 juni werd Claver door militairen van het Rwandees Patriottisch Front (RPF) uit de kerk bevrijd. Hij rook de vrijheid, maar er volgde nog een tegenslag. Zijn moeder was ernstig verzwakt door de barre omstandigheden in de school en stierf in september.

Als ICT-medewerker van het Kigali Memorial Center (KMC) wordt Claver nog dagelijks geconfronteerd met de genocide. Onderdeel van de missie van het KMC is namelijk om via audio- en videogetuigenissen de herinnering aan de genocide levend te houden én om in de toekomst soortgelijk geweld te voorkomen. De collectie bestaat uit honderden getuigenissen zoals die van Claver.

Aan de voet van het documentatiecentrum liggen veertien massagraven waarin 259.000 slachtoffers zijn geborgen. Ertussen ligt een modern museum. Zo’n duizend bezoekers lopen daar wekelijks de audiotour langs de rekwisieten van de massamoord: foto’s, skeletten en kettinkjes. De tour is in een handvol talen beschikbaar, maar niet in het Kinyarwanda (de lokale taal). ‘Rwandezen kennen hun eigen geschiedenis maar al te goed,’ legt Claver uit. Wel zijn er folders in het Kinyarwanda beschikbaar.

Het is niet altijd even gemakkelijk om in deze omstandigheden te werken. Het leidt soms tot hoofdpijn, slapeloze nachten en nachtmerries, vertelt Claver. Collega’s ervaren ook die stress. De meesten zijn net als Claver overlevenden en maakten de genocide van dichtbij mee. ‘We hebben allemaal ons eigen verhaal,’ vervolgt Claver. ‘Maar we vinden steun bij elkaar, alsof we familie zijn.’ Het is een familie met een missie. Dagelijks zetten Claver en zijn collega’s zich in om het bewijs voor de genocide te verzamelen en te archiveren. Ze interviewen slachtoffers, overlevenden en daders en maken daar minutieuze beschrijvingen van. Daarnaast verzamelen ze persoonlijke documenten en artefacten van slachtoffers. In het gekoelde archief liggen honderden foto’s, maar ook notitieboekjes, armbandjes en identiteitskaarten. Met zorg worden deze schoongemaakt, beschreven en opgeslagen. In het museum worden rondleidingen en cursussen aan leraren en studenten verzorgd.

Het is bijzonder dat jonge mensen als Claver ervoor kiezen om dit soort werk te doen. ‘Deze mogelijkheid kwam op mijn pad en ik kon niet weigeren,’ zegt Claver. ‘Het is zwaar, maar tegelijkertijd zo belangrijk.’ Claver is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van een database, een modern archief, een bibliotheek en het informatie- en communicatiesysteem. Vorig jaar werd hij vader van een dochter. ‘Dit is Katia,’ vertelt hij trots terwijl hij een foto op zijn smart Phone laat zien. ‘Ik doe dit werk ook voor haar. Zij kan leren van wat er fout ging in het verleden. Ik hoop dat ze kan opgroeien in een vredige samenleving en dat ze zal studeren.’ Volgens Claver, zelf zoon van onderwijzers, is onderwijs essentieel in het tegengaan van verdeeldheid en geweld. Kennis van het verleden is daar een fundamenteel onderdeel van.

Clavers werk is een belangrijke schakel in die kennis. Het verleden wordt door mensen zoals hij bewaard. Het vergt moed en doorzettingsvermogen om dagelijks aan dit proces bij te dragen. Hij doet het voor een vreedzame toekomst waarin de kinderen van Rwanda niet zullen meemaken wat hij meemaakte.

Thijs Bouwknegt en Petra Links, mei 2013

Meer weten?

Genocide Archive Rwanda: www.genocidearchiverwanda.org.rw

 

Claver Irakoze