Het NIOD is gevestigd in een monumentaal pand aan de Herengracht in Amsterdam. Het gebouw kent een rijk verleden, waarin ook de zwarte bladzijden van de Nederlandse geschiedenis ruim vertegenwoordigd zijn. Sterker nog, de geschiedenis van het dubbelpand is op onwaarschijnlijke wijze verbonden met de onderzoekterreinen waarop het NIOD zich beweegt.

Herengracht 380

Op de plaats van dit rijksmonument stonden vroeger twee afzonderlijke woningen, nr. 380 en nr. 382. Toen laatstgenoemd pand, vlak na een grondige renovatie, in de ijskoude nacht van 13 op 14 januari 1888 in vlammen opging, besloot de eigenaar ervan, de machtige koloniale tabaksondernemer Jacobus Nienhuys (1837-1928), ook nummer 380 te kopen en de percelen samen te voegen.

De toentertijd zeer bekende architect Abraham Salm (1857-1915) kreeg de opdracht iets te ontwerpen wat ‘anders was dan wat zoal gebouwd werd’. Het gebouw werd opgetrokken in een potpourri van stijlen, met het uiterlijk van een vroeg zestiende-eeuws Frans kasteel en kamers in ‘nationale’ historische stijlen. Nienhuys kreeg dus inderdaad iets ‘anders’ dan wat er werd gebouwd - inclusief een poort, waardoor hij met paard en koets door de brede ingang zijn woning kon binnenrijden, en elektrisch licht, als eerste woonhuis in Nederland. De stroom werd opgewekt met behulp van een gasmotor, die zich bevond in het koetshuis, eveneens opgetrokken in neogotische stijl.

Koetshuis 

Maar het zijn niet alleen de architectuurhistorische aspecten die het dubbelpand bijzonder maken, maar ook zijn bewoners en gebruikers. De geschiedenis van Herengracht 380-382 is op onwaarschijnlijke wijze verbonden met de onderzoeksterreinen waarop het NIOD zich beweegt, te beginnen met de Tweede Wereldoorlog, met de Duitse luchtmacht en verbindingsinstanties, de arbeidsinzet, de roof van kunst- en cultuurgoederen, de bevrijding door de Geallieerden en de Bijzondere Rechtspleging. Maar ook het kolonialisme in zijn donkerste gedaante, zoals uit het gelinkte artikel blijkt. Zonder de winsten uit koloniale exploitatie was het stadspaleis waarschijnlijk nooit gebouwd.

In het artikel Als de muren konden spreken. De geschiedenis van Herengracht 380-382 beschrijft Frank van Vree de bewoners en gebruikers van Herengracht 380-382.