Slachtoffers hongerwinter in kaart

Onderzoekers van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) en de Columbia University in New York hebben onderzocht hoeveel mensen er in Nederland meer stierven in de periode september 1944 – mei 1945 in vergelijking met de jaren net na de oorlog.

In een speciale thema-uitzending van de NOS zijn deze gegevens in een interactieve kaart bijeengebracht. 

Aanvullende informatie

Gegevens

De schattingen van de oversterfte zijn gebaseerd op gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over de sterfte in de periode 1944-1947. De sterftegegevens zijn uitgesplitst naar maand van overlijden en daadwerkelijke plaats (gemeente) van overlijden. Dit in tegenstelling tot de gebruikelijke sterftestatistieken waarin overledenen altijd worden gerelateerd aan de officiële woongemeente (ongeacht waar het overlijden plaatsvond).

Schatt​ingsmethode

De oversterfte in een gemeente in de oorlogsperiode is berekend als het verschil tussen het werkelijk aantal geregistreerde overledenen in die gemeente minus het aantal overledenen dat mocht worden verwacht onder “normale” omstandigheden. Het seizoenspatroon van de sterfte onder “normale” omstandigheden is geschat op basis van de sterfte in de jaren 1946 en 1947. In de grafiek hiernaast is dit ter illustratie weergegeven voor de gemeente Den Haag. De oversterfte is dat deel van de sterfte dat boven de geschatte (blauwe) lijn ligt.

De schattingen hebben geresulteerd in twee indicatoren:

  • De absolute oversterfte (= het aantal extra overledenen boven het aantal overledenen dat onder “normale”omstandigheden verwacht had mogen worden)
  • De relatieve oversterfte (= het werkelijke aantal overledenen gedeeld door het aantal overledenen dat onder “normale”omstandigheden verwacht had mogen worden; een waarde 3 betekent dus 3 keer zo veel overledenen als normaal)

Het betreft hier de oversterfte ongeacht de doodsoorzaak, dus niet alleen slachtoffers van de honger, maar ook slachtoffers van bijvoorbeeld bombardementen en executies. Het betreft alleen de sterfte van mensen die in Nederland zijn overleden en in het Nederlandse bevolkingsregister waren ingeschreven, dus primair de burgerslachtoffers.

De totale schatting van de oversterfte in de periode september 1944 – mei 1945 bedraagt ongeveer 58.000 overledenen, waarvan ongeveer 32.000 in het tot het eind toe bezette West-Nederland. Hoeveel daarvan het gevolg waren van de Hongerwinter is niet met exactheid te zeggen. Ook na mei 1945 was er overigens nog sprake van enige mate van (Hongerwinter-/oorloggerelateerde) oversterfte. De gangbare schattingen van 20.000 à 25.000 dodelijke slachtoffers van de Hongerwinter lijken realistisch. Het totaal aantal officieel geregistreerde sterfgevallen met doodsoorzaak “honger (of dorst)” was overigens veel lager (totaal circa 8.300 in de jaren 1944-1945). In dezelfde periode zijn echter ook maar liefst 19.000 gevallen als “onbekende of niet aangegeven doodsoorzaak” geregistreerd, waarvan we nooit precies zullen weten wat de werkelijke doodsoorzaak was.

Onderzoeksteam

De schattingen van de oversterfte in de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog zijn uitgevoerd door een team van onderzoekers van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) en de Columbia University in New York bestaande uit: Peter Ekamper, Frans van Poppel, Govert Bijwaard (allen Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut NIDI) en L.H. Lumey (Columbia University, New York). De schattingen maken deel uit van een groter onderzoeksproject naar de langetermijn-gezondheidsgevolgen van de Hongerwinter gefinancierd door het Amerikaanse National Institutes of Health (NIH).