Seyss-Inquart spreekt over de vordering van kerkklokken

Ter gelegenheid van de oprichting van de Arbeitsbereich der NSDAP in Nederland precies twee jaar eerder hield Seyss-Inquart op zondag 11 oktober 1942 een toespraak. Een dag later dag nog drukte de Nederlandse kranten de toespraak integraal af. In zijn rede refereerde de Rijkscommissaris aan de ‘noodzakelijke’vordering van de kerkklokken in het bezette Nederland:

“Een ding wil ik nog kort vermelden”, zo ging de Rijkscommissaris verder, “Gij weet, dat wij thans de kerkklokken wegnemen. Dat is een volkomen natuurlijke maatregel. Het is steeds zo geweest, dus reeds voor eeuwen, wellicht zelfs 1000 jaar geleden, dat men in goede tijden de schatten in de kerken geplaatst heeft. Wanneer dan oorlogen kwamen, werden de kelken en monstransen weggenomen en als oorlogsschat gebruikt, om het vaderland te beschermen. Daartoe kan men dus op zijn minst ook de kerkklokken rekenen, die naar onze begrippen nog lang niet behoren tot zulke godsdienstige voorwerpen als een monstrans of een kelk. Het spreekt vanzelf, dat wij hier iedere gram koper, tin, enz. mobiliseren.

Wanneer thans van enigerlei zijde zij het ook een geestelijke, tot mij de vraag gericht wordt, hoe ik dat kan doen, zou ik hem hier willen antwoorden: “Mijnheer, ik verwonder mij zeer dat gij niet vrijwillig gekomen zijt, om den Duitschen soldaat dit koper aan te bieden, opdat hij het bolsjewisme van uw grenzen zal afhouden”.

De rede van Seyss Inquart op 11 oktober 1942
Bijschrift van de foto van Seyss Inquart 11 oktober 1942