‘NSB’er’ is nog steeds een populair scheldwoord. De persoon in kwestie is lafhartig, in staat tot verraad, of in ieder geval iemand van wie je je verre moet houden als het erop aankomt in oorlogstijd. Dit beeld is grotendeels gebaseerd op de keuzes en daden van NSB’ers ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, de hoogtijdagen van het Nederlandse nationaalsocialisme.

In de bezettingsjaren was de NSB (Nationaal Socialistische Beweging) als partij op het toppunt van haar macht, aantal leden en organisatiegraad. Het relatieve succes had de NSB grotendeels te danken aan haar samenwerking met de Duitse bezetter. Deze collaboratie leidde naast (een zekere) macht ook tot afkeer bij de rest van de Nederlandse samenleving. Onder historici is dit ongenoegen voornamelijk beschreven in termen van een ‘geïsoleerde’ positie van NSB’ers in de Nederlandse samenleving. Maar in hoeverre klopt dit beeld? Dit onderzoek gaat onder andere over de volgende vragen: wat hield iemands keuze voor de NSB in? Hoe actief waren NSB’ers als lid en wat betekende dit lidmaatschap voor de omgang met de mensen om hen heen?

WA members marching along the Schreierstoren in Amsterdam, November 9, 1940