‘De NSB’ en ‘de NSB’er’ werden algemeen gehaat. NSB’ers werden vooral het ‘verraad van het vaderland’ aangerekend. Daarom was ‘de NSB’er’ in wezen erger dan ‘de Duitser’; die laatste had immers niet zelf voor zijn nationaliteit gekozen, de NSB’er wel voor zijn lidmaatschap.

De NSB’ers waren weliswaar in het algemeen gehaat, maar in de persoonlijke sfeer kon dit anders liggen. In de dossiers van het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) komt vaak de volgende opmerking van buurtbewoners terug: ‘ondanks dat hij NSB’er was, was hij niet onsympathiek’. Pas als mensen persoonlijk last hadden van het lidmaatschap van hun NSB-buur, leidde het lidmaatschap tot verwijdering. Het NSB-lidmaatschap moest niet in je achtertuin komen Als iemand zichzelf verrijkte, verraad pleegde of geweld gebruikte bewees dit dat hij of zij een ‘echte NSB’er’ was. Dit gedrag paste namelijk in het algemene negatieve NSB-beeld.

Daarnaast laat dit onderzoek zien dat als iemand al in een negatief daglicht stond, het NSB-lidmaatschap werkte als katalysator. Als mensen al een negatief oordeel hadden, dan werd dit nog negatiever door het NSB-lidmaatschap.

Nova Zemblastraat, Spaarndammerbuurt Amsterdam, August 1941