28 maart 2019

Op 28 maart 1944, vandaag 75 jaar geleden, roept minister Gerrit Bolkestein het Nederlandse volk op materiaal te verzamelen ten behoeve van een na de oorlog op te richten nationaal instituut voor oorlogsdocumentatie.

‘Wil het nageslacht ten volle beseffen wat wij als volk in deze jaren hebben doorstaan en zijn te boven gekomen, dan hebben wij juist de eenvoudige stukken noodig - een dagboek, brieven van een arbeider uit Duitschland, een reeks toespraken van een predikant of priester,’ spreekt de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen (OKW) ons vanuit Londen toe. ‘Eerst als wij er in slagen dit eenvoudige, dagelijksche materiaal in overstelpende hoeveelheid bijeen te brengen, eerst dan zal het tafereel van dezen vrijheidsstrijd geschilderd kunnen worden in volle diepte en glans.’

Slechts enkele dagen na de bevrijding, op 8 mei 1945, wordt het Rijksbureau voor Documentatie van de geschiedenis van Nederland in oorlogstijd opgericht, dat in de eerste periode van zijn bestaan overstelpende hoeveelheden materiaal krijgt toegestuurd door mensen uit het hele land, van waardevolle dagboeken tot aan uit geallieerde vliegtuigen gevallen chocoladerepen en pakjes sigaretten.

‘[…] Maar hoe slecht en onvolledig zijn wij ingelicht over den Tachtigjarigen Oorlog,’ aldus Bolkestein. ‘Hoe pijnlijk doet zich - om slechts één enkel voorbeeld te noemen - het gemis gevoelen van een dagboek van een gewoon burger uit de dagen van beleg en ontzet van Leiden.’

Transcript van de speech van minister Gerrit Bolkestein op 28 maart 1944.

De radioboodschap bereikt ook Anne Frank: ‘Gisterenavond sprak minister Bolkesteyn aan de Oranje-zender erover dat er na de oorlog een inzameling van dagboeken en brieven van deze oorlog zou worden gehouden,’ schrijft ze op woensdag 29 maart 1944 in haar dagboek, dat ze bij deze besluit te gaan herschrijven, met het doel het later uit te geven: 'Stel je eens voor hoe interessant het zou zijn, als ik een roman van het Achterhuis uit zou geven, aan de titel alleen zouden de mensen denken, dat het een detective-roman was. Maar nu in ernst het moet ongeveer 10 jaar na de oorlog al grappig aandoen als men vertelt hoe wij als Joden hier geleefd, gegeten en gesproken hebben.’

Minister Bolkestein is aangestuurd door Loe de Jong, een joodse journalist die in 1940 naar Londen is gevlucht en in het bezette Nederland bekendheid heeft verworven als omroeper van Radio Oranje. Maar ook de hoogleraren Jan Romein en Nicolaas Posthumus, bij wie De Jong college heeft gevolgd, koesteren in Nederland een dergelijk plan. Voortbordurend op de oproep zal De Jong, die als chef is belast met de dagelijkse leiding van het RIOD, de eerste twee jaar van zijn bestaan 32 ‘radiopraatjes’ van ongeveer vijf minuten houden.

Na de oproep van minister Bolkestein in 1944 zetten velen zich tot het bijhouden van een oorlogsdagboek. Direct na de bevrijding is het NIOD begonnen met het verzamelen van dagboeken en andere egodocumenten. Inmiddels betreft het zo’n 2500 exemplaren, die óf in origineel óf in fotokopie aanwezig zijn.

Zie collectie 244 (Europese dagboeken en egodocumenten)
en collectie 401 (Nederlands-Indische dagboeken en egodocumenten)

Michiel Wilmink

Heeft u zelf nog dagboeken of andere documenten uit de Tweede Wereldoorlog? Gooi deze documenten s.v.p. niet weg, maar neem contact op met het NIOD. Mogelijk is het een aanvulling op onze collectie.

logo radio oranje
Logo Radio Oranje

Bronnen: