15 januari 2019

Op zaterdag 15 januari 1944, nu vijfenzeventig jaar geleden, vindt in concentratiekamp Vught (Noord-Brabant) het bunkerdrama plaats: een strafmaatregel tegen 74 vrouwelijke gevangenen, waarbij tien vrouwen om het leven komen. Kampcommandant Adam Grünewald sluit de vrouwen op in een cel van twee bij vier meter, met nauwelijks ventilatie. De deur van cel 115 van de pas opgeleverde kampgevangenis ‘De Bunker’, door de kampcommandant zelf dicht getrapt, gaat veertien uur later, op zondagochtend, weer open.

Binnenplaats van de bunker in het kamp Vught (Beeldbank WO2 – NIOD)
Binnenplaats van de bunker in het kamp Vught (Beeldbank WO2 – NIOD)

‘De directeur, die boef, laadde de eerste menschen (ruim 70) in een kleine cel. De overige die er niet meer bij konden, waren gelukkiger, die gingen in een tweede. Wat die arme menschen dien nacht in die eerste cel geleden hebben!!’, schrijft de dan vijfenzestigjarige mevrouw Tollenaar-Ubens in januari 1944 in haar dagboek. De echtgenote van een gepensioneerd beroepsofficier van de marine zit op dat moment in Vught, na thuis te zijn gearresteerd (onduidelijk is waarom) door de Sicherheitsdienst. Zelf wordt ze die bewuste zaterdagavond niet opgesloten in de cel. ‘Met de woorden ,,ik wensch jullie een prettige zondag’’ deed de misdadiger de deur achter de vrouwen dicht. De stakkerds konden niet zitten zoo dicht stonden ze op elkaar.’

Aanleiding  voor de opsluiting vormt de wraak die vrouwelijke gevangenen nemen op een medegevangene, die enkelen van hen per brief heeft verraden aan de kampcommandant. Onder aanvoering van de markante communiste Non Verstegen, worden haar de haren afgeknipt. Non Verstegen krijgt ‘’donker arrest’’, de zwaarste celstraf in het kamp, terwijl de overige vrouwen zich solidair met haar verklaren. Grünewald is furieus en sluit de grote groep vrouwen op in de kleine cel.            

‘Kort daarna,’ schrijft A. Hiemstra-Timmenga in een manuscript over het drama, ‘werd Non Verstegen, die in haar cel het gelach en gepraat al had gehoord, bij deze vrouwen gevoegd, waarna de deur weer dicht ging.’                                                                           

In een getuigenverklaring zegt Non Verstegen: ‘De luchtverversing was ten enenmale onvoldoende, dit nog te meer daar wij er pas naar schatting na eenige uren in slaagden het zeer kleine raampje, waarvan de verf kleefde, open te krijgen. Toen waren er reeds een aantal bewusteloos en dat werden er in de loop der nacht steeds meer. Zooveel en zoo lang mogelijk hielden wij deze overeind, maar het werden er zoovele en er waren er steeds minder die nog in staat waren hulp te bieden.’

‘Mejuffrouw Nievelstein, een semiarts, was er ook bij en vertelde me hoe vreeselijk het geweest was…  De mensen gingen brullen, bidden, vloeken, niet om aan te hooren was ’t,’ schrijft mevrouw  Tollenaar-Ubens in haar dagboek. ‘Mejuffr. Nievelstein raadde aan kalm te blijven om geen energie te verspillen en vooral niet te zakken. Helaas is dit toch gebeurd zoodat er dien nacht 12 à 14 vrouwen stierven, sommigen doodgetrapt, anderen hoe??’                                           

‘De toestand verergerde nog doordat het volslagen donker was. De lichttoevoer is in deze cellen zelfs overdag tamelijk beperkt, door een houten kastje voor het raam aan de buitenkant, dat alleen van boven licht binnen laat,’ aldus Non Verstegen in haar getuigenverklaring. ‘Maar ook door de razende dorst en later doordat één van ons in een plotselinge vlaag van waanzin verschillende anderen beet. Wij gooiden zo goed als al onze kleding uit en likten ons het condenswater, dat van het plafond droop, af. Later bleek dat wij door het staan tegen de muur brandwonden opliepen en dat we met het condenswater onze lippen verbrandden.’

Op dat moment vriest het buiten. Binnen slaan de muren van de pas gebouwde bunker uit met salpeterzuur. Als de volgende morgen eindelijk de deur open gaat, liggen 34 lichamen opgestapeld in het midden, waaromheen de veertig anderen tegen de muren en tegen elkaar leunen. Er zijn tien vrouwen overleden. ‘Vele waren lange tijd ziek en nog enige zijn later aan de gevolgen van deze nacht overleden,’ aldus Verstegen.

Ook voor de Duitse leiding in Nederland kan het bunkerdrama niet door de beugel. Kort na de oorlog, in 1948, vindt het RIOD in archieven in Berlijn correspondentie van Hanns Albin Rauter, de hoogste SS’er in Nederland, en Heinrich Himmler met betrekking tot de ‘kwestie Grünewald’. Waar Grünewald door de militaire rechtbank eerst nog wordt veroordeeld tot drieënhalf jaar gevangenisstraf, wordt deze straf door Himmler teruggebracht tot een dienst als SS-er aan het Oostfront. Gedegradeerd tot gewoon soldaat sneuvelt Grünewald in januari 1945 in Hongarije.

Tekst: Michiel Wilmink

Bronnen:

  • Collectie 244
    • 186 dagboek B.A.G. Tollenaar-Ubens
  • Collectie 250g (Vught, Konzentrationslager Herzogenbusch):
    • 926 Verslagen van vrouwelijke gevangenen over het bunkerdrama, april 1946 en z.d.
    • 927 verklaringen van Duitse officieren over het bunkerdrama, 18 januari 1947
  • Collectie 474 (Onderzoek – kamp Vught)
    • 29 Manuscript van A. Hiemstra-Timmenga over het bunkerdrama, z.d.
  • Collectie 077 (Generalkommissariat für das Sicherheitswesen (Höhere SS- und Polizeiführer Nord-West)
    • 10 SS- und Polizeigericht X, Feldurteile in diverse strafzaken
  • Collectie 210 (Kopieën, gemaakt bij het Berlin Document Center in Berlijn)
    • H.540 (correspondentie Rauter en Himmler)

Wikipedia

Literatuur:

  • Marieke van Meeuwenoord: Het hele leven is hier een wereld op zichzelf (De geschiedenis van kamp Vught) De Bezige Bij, 2014
Cel in de bunker van het "bunkerdrama" (Beeldbank WO2 - NIOD)
Cel in de bunker van het "Bunkerdrama" (Beeldbank WO2 – NIOD)