15 oktober 2018

In vernietigingskamp Sobibor zijn ongeveer 170.000 joden uit heel Europa omgebracht. Ruim 34.000 van hen kwamen uit Nederland. Nog geen vijftig gevangenen hebben de oorlog overleefd. De meesten van hen ontsnapten tijdens de opstand die op 14 oktober 1943 uitbrak.

Ongeveer een derde van de uit Nederland weggevoerde joden is in Sobibor omgebracht. Tussen maart en juli 1943 vertrokken negentien transporten vanuit Westerbork naar Sobibor. De meeste van de 34.313 gedeporteerden zijn terstond vergast. Een paar honderd gevangenen zijn bij aankomst geselecteerd voor dwangarbeid in het kamp of in naburige kampen. Vrijwel allen zijn aan honger, uitputting of mishandeling omgekomen. Uit Sobibor zijn slechts achttien overlevenden teruggekeerd die vanuit Nederland zijn getransporteerd: drie mannen en vijftien vrouwen. Zestien van hen zijn na enkele uren in het kamp te werk gesteld in de omgeving. Alleen Selma Wijnberg en Ursula Stern hebben daadwerkelijk in Sobibor verbleven en de opstand meegemaakt.

Tot de talloze Nederlandse slachtoffers behoorden een goochelaar, een veteraan van de Grebbeberg, Olympische turnsters en worstelaar en patiënten van ’s Heeren Loo, een instelling voor de verzorging van mensen met een verstandelijke beperking.

Spoorwegpersoneel voor het stationnetje van Sobibor dat tegenover het kamp lag (foto NIOD).
Spoorwegpersoneel voor het stationnetje van Sobibor dat tegenover het kamp lag (foto NIOD).

Jules Schelvis
De in 2016 overleden Jules Schelvis, zelf overlevende van Sobibor, verrichtte uitgebreid onderzoek naar het vernietigingskamp Sobibor. Medio jaren tachtig maakte hij video-opnames van interviews met dertien overlevenden van Sobibor. Deze interviews zijn te vinden in de collectie van het NIOD en te bekijken op de website sobiborinterviews.nl.

De interviews met de overlevenden van Sobibor zijn gefilmd in 1983 en 1984, ten tijde van het proces tegen kampbeul Karl Frenzel. Als verslaggever van het dagblad Het Vrije Volk woonde Jules Schelvis het proces bij. Overlevenden kwamen uit Amerika, Israel, Brazilië en Australië over om tijdens het proces te getuigen. Met zelf gekochte video-apparatuur maakte Schelvis filmopnames van deze overlevenden. Sommige interviews zijn later thuis bij Schelvis, in Tricht, opgenomen.

Voor zijn onderzoek sprak Schelvis onder meer met de leider van de opstand, de Russische legerofficier Alexander “Sasja” Petsjerski. Hiervoor reisde hij af naar Rostov aan de Don. Anderen vertelden hoe zij betrokken waren bij het ombrengen van de SS-bewakers, zoals de Rus Wajspapir en de Pool Lerner, die één van de SS’ers met een bijl doodden. Het werkarchief van Jules Schelvis is ondergebracht bij het NIOD, als archief 804. In collectie 250d bevinden zich verslagen van Nederlandse overlevenden van Sobibor.

Tekst: René Pottkamp