20 juli 2018

Eigenzinnig en intens – beter is Evelien Gans niet te karakteriseren. Eigenzinnig en intens in wie ze was en in alles wat ze deed. Ze was eigenzinnig als intellectueel, als schrijfster, als activiste, als collega en vriend, en ze deed alles met overgave, vanuit een tomeloze betrokkenheid bij haar onderwerpen en bij de maatschappelijke en politieke thema’s die haar raakten, maar evenzeer bij de mensen om haar heen. Het bericht, dat zij haar leven heeft beëindigd, komt dan ook hard aan. Ze was nog zo veel van plan, we hadden haar nog zo nodig, ook al was ze sinds anderhalf jaar officieel pensionada.

Na aanvankelijk haar studie geschiedenis te hebben afgebroken om zich te kunnen wijden aan uiteenlopende politieke en maatschappelijke kwesties – onder meer in de kraakbeweging en in het Meidenwegloophuis, een opvanghuis voor mishandelde meisjes – keerde ze midden jaren tachtig terug naar de universiteit om alsnog af te studeren. Daar raakte ze in de ban van de Joodse geschiedenis en deze zou haar niet meer loslaten. In 1999 promoveerde ze op een studie over Joodse sociaaldemocraten en socialistisch-zionisten in Nederland, De kleine verschillen die het leven uitmaken, een lijvig maar prachtig geschreven boek waarvan niet alleen duizenden exemplaren werden verkocht, maar ook werd bekroond met de Henriëtte Roland Holstprijs, een literaire prijs voor werk dat ‘uitmunt door sociale bewogenheid en literair niveau’.

Na haar promotieonderzoek trad zij in dienst van het NIOD, om zich te wijden aan een onderzoek naar antisemitisme en anti-joodse stereotypen in Nederland in de eerste jaren na de bevrijding. Dat thema sloot nauw aan bij het polemische essay dat zij vijf jaar eerder had gepubliceerd: Gojse nijd & joods narcisme. Over de verhouding tussen joden en niet-joden in Nederland, waarin zij het mijnenveld van antisemitisme en antijoodse stereotypering, Joodse zelfhaat en daarme verbonden kwesties aansneed – een thema dat zij de volgende decennia steeds diepgaander zou uitwerken. Dit zou uiteindelijk uitmonden in het door haar geleide NWO-programma De dynamiek van hedendaags antisemitisme in een wereldwijde context, dat ruim een jaar geleden werd afgerond met de publicatie van de mede door Remco Ensel geredigeerde bundel The Holocaust, Israel and 'the Jew'. Histories of Antisemitism in Postwar Dutch Society.

Haar werk beperkte zich evenwel niet tot het NIOD en de studie van het antisemitisme. In 2002 werd zij benoemd tot bijzonder hoogleraar Hedendaags jodendom, zijn geschiedenis en zijn cultuur aan de Faculteit der Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam, een functie die ze tot haar pensioen in 2016 blijven bekleden. Daar was volop ruimte voor bredere thema’s uit de moderne Joodse geschiedenis, zoals de (herinnering aan) de Shoah, zionisme en Israël, Joodse identiteit en cultuur, en Joodse familiegeschiedenis. In 2008 publiceerde zij het eerste deel van Jaap en Ischa Meijer. Een joodse geschiedenis 1912-1956, een dubbelbiografie over vader en zoon Meijer, die zeer lovend werd ontvangen en waarvoor zij in 2011 de Henriëtte Boasprijs ontving. Het tweede deel, dat vooral over de excentrieke Ischa zou gaan, zal nu helaas niet meer verschijnen.

De uitzonderlijke kwaliteit van haar werk, in stijl en diepgang, weerspiegelt de intensiteit en betrokkenheid die Evelien kenmerkten. Ze ging altijd tot het uiterste, was nooit bang de grenzen op te zoeken en het debat aan te gaan. Dat deed ze ook. Ze was prominent aanwezig, in de media, op conferenties en publieke discussies, ze schreef opiniestukken en ingezonden brieven. Ze kon ook te lang doorgaan – wat de meeste mensen haar vergaven omdat ze óók goed kon luisteren, zich nooit verschool en humor had, en omdat ze bovendien enorm genereus was, in het delen van kennis en inzichten, informatie en netwerken, ze altijd tijd wilde vrijmaken om stukken van en met elkaar te lezen en te bespreken. Ook in haar omgang met mensen was Evelien intens en betrokken. Haar dood is hard aangekomen.

Frank van Vree
Directeur