19 juli 2018

In de zomer van 1937 loopt de onbekende samensteller van dit fotoalbum mee in de Vierdaagse van Nijmegen, het gaat om de 27ste editie. Een jaar later sluit de eigenaar van dit album zich aan bij de NSB. Lees hier meer over zijn verhaal aan de hand van enkele foto's.

Uitsnede uit dagboek BC554

In de zomer van 1937 loopt de onbekende samensteller van dit fotoalbum mee in de Vierdaagse van Nijmegen, het gaat om de 27ste editie met 4000 deelnemers. Zelfs Prins Bernhard is een dagje van de partij. Een jaar later sluit de eigenaar van dit album zich aan bij de NSB, zoals blijkt uit foto’s met de bijschriften “Trainingsmarsch” en “Oefeningsmarsch”, ’38. Opvallend is dat er niemand in uniform te bespeuren is, dit komt door het Uniformverbod voor de NSB en WA, ingesteld door het Kabinet Colijn medio 1933.

               

Uit andere foto's is af te leiden dat de onbekende bezitter van het fotoalbum aanwezig is bij de vierde Hagespraak op 29 mei 1939 in Lunteren.

Op verdere foto's is te zien dat de onbekende vervaardiger van het foto-album, in volgende jaren, zoals we nu zouden zeggen “radicaliseert”. Dit is onder andere aan een foto uit de zomer van 1940, deze toont hem te midden van leden van de Weer-Afdeling: namelijk de Mussert-Garde, specifiek de afdeling Amsterdam. De Mussert-Garde is bedoeld om Mussert, maar ook colporteurs te beschermen.

Inmiddels is op de foto's te zien dat hij een vriendin heeft gekregen.

Fanatiek voert de WA Musserts opdracht uit de straat te veroveren. De WA treedt gewelddadig op tegen tegenstanders zoals de Nederlandse Unie, en vooral tegen Joden. Aan de foto's is te zien dat hij graag meeloopt met intimiderende, rellerige marsen:


Vanaf het jaar 1940 was hij lid van de Motor-W.A. Tussen het voorjaar 1941 en maart 1943 reed hij voor het NSKK in Rusland. De chauffeurs van het Nationalsozialistische Kraftfahrkorps zorgden voor het transport, de bevoorrading en reparaties aan de fronten. Vanaf januari 1941 wierf het NSKK Nederlanders als vrijwilliger, veelal waren zij afkomstig uit de Motor-W.A.

In januari 1942 heeft de vervaardiger van het dagboek verlof, tijdens dit verlof verlooft hij zich met zijn vriendin. Niet veel later, op 15 februari, loopt hij in Amsterdam in WA-uniform mee in een mars ter herdenking van Hendrik Koot. WA-man Koot raakte dodelijk gewond tijdens een vechtpartij in februari 1941 op het Waterlooplein in Amsterdam

Bij de foto’s vermeldt hij steeds de plaats of het gebied waar hij zich bevindt, ook geeft hij nogal smakeloos commentaar op hetgeen hij heeft gefotografeerd.

In Diest (België) en Duitsland krijgt hij z’n opleiding aan de Motorschool.

Zomer 1941 reist hij via Polen en Litouwen richting de Sovjet Unie, en komt enige maanden terecht in Smolensk. In september 1942 is hij in Dnjepopetrovsk en reist via Stalino naar Rostov aan de Zee van Azov.  Januari 1943 is hij in Maikop, niet ver van de Zwarte Zee, en Krasnodar. Januari 1943 is hij in Maikop, niet ver van de Zwarte Zee, en Krasnodar. In februari (Krasnodar is dan heroverd door de Sovjets) gaat hij richting het noordwesten en in maart bevindt hij zich in Warschau. Van maart tot april 1943 krijgt hij opnieuw verlof en keert hij terug naar Nederland. Of hij daarna terugkeert naar het Oostfront is onbekend, zijn relaas in foto’s beëindigt in deze periode.


Het hele album straalt uit dat deze jaren voor hem bijzonder en gelukkig waren. Zoals in veel van dit soort albums wordt alleen de positieve kant van het soldatenbestaan en de oorlog getoond. Wat in onze ogen negatief zou zijn, Poolsche dwangarbeidsters, is volkomen gewoon gefotografeerd.

Geschreven door: NIOD-vrijwilliger Jet Baruch