5 september 2018

‘Wie de oorzaken van de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust beter wil begrijpen moet Mein Kampf lezen.’ Zo luidt de eerste zin van de inleiding van Willem Melching, de bezorger van de  nieuwe kritische editie van Mijn Strijd, die officieel vandaag door Prometheus is uitgebracht.

Het is een gevaarlijke zin: het gebruik van de zinsnede ‘oorzaken van de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust’ suggereert dat er een rechtstreekse lijn loopt van Mein Kampf naar Auschwitz. Er zijn historici die menen dat dit inderdaad het geval is – historici van de zogenoemde intentionalistische school, die vooral populair was in de jaren zestig en zeventig. De intentionalisten beschouwen de fysieke vernietiging van de Joden als het logische eindpunt van een lang te voren uitgezette politiek. De zeer populaire Amerikaanse historica Lucy Dawidowizc noemde in haar invloedrijke boek The War against the Jews uit 1975 zelfs een concreet jaartal: 1919, het jaar van Hitlers Bierkellerputsch. Dat het tot 1942 duurde voordat met de uitvoering werd begonnen, was slechts een kwestie van tactiek geweest.

De intentionalisten zijn inmiddels al lang een kleine minderheid: de meeste historici stellen zich op het standpunt dat er géén rechte weg loopt van 1933 naar Auschwitz, laat staan van Mein Kampf naar de industriële massamoord. Als er al van een weg naar Auschwitz kan worden gesproken, dan is het een ‘twisted road’.

Ik denk niet dat Willem Melching – die overigens graag provoceert - zich met zijn openingszin op een intentionalistisch standpunt heeft willen stellen. Waar het om gaat – en dat is het belang van deze nieuwe editie – is dat Mijn Strijd de lezer laat kennismaken met de denk- en gevoelswereld waaruit het nationaal-socialisme is geboren. Want er is geen twijfel over mogelijk dat veel opvattingen die Hitler in dit werk debiteert, door velen in de Weimar Republiek werden gedeeld.

Dat geldt bijvoorbeeld voor zijn racisme, dat niet alleen veel speculatieve, pseudo-wetenschappelijke elementen bevatte, maar ook denkbeelden die stevig geworteld waren in de toenmalige wetenschap, of het nu gaat om theorieën over raciaal aangeboren karaktertrekken, de nadelige gevolgen van rasvermenging of de noodzaak van een ‘rassenhygienische politiek’. Of  neem zijn visie op het verlies van Duitsland in de Eerste Wereldoorlog, een bron van rancune en revanchisme voor miljoenen nationalisten, conservatieven en nationaalsocialisten;  of het luid verkondigde recht van Duitsland op meer ‘Lebensraum’, een diep en breed gekoesterde gedachte die in sterke mate richting zou geven aan de politiek van het Derde Rijk en de barbaarse oorlog die daaruit volgde.  

Laten we ons niet vergissen: veel passages, die zich nu laten lezen als een potpourri van willekeurige theorieën en denkbeelden, moeten voor veel tijdgenoten net zo vertrouwd zijn geweest als Donald Trumps twitterberichten voor zíjn aanhang vandaag de dag. In die zin weerspiegelt Mijn Strijd in belangrijke mate de mentale wereld waarin het nazisme heeft kunnen ontstaan.

Maar er zijn nog meer redenen waarom het lezen van dit boek kan bijdragen aan een begrip van de opkomst van het nazisme en zijn Führer – om te beginnen met de manier waarop Hitler zichzelf in dit boek neerzet. Mijn Strijd heeft het karakter van een klassieke bekeringsgeschiedenis – de Werdegang van een man die plots het licht zag en niet moe is de wereld kond te doen van de ontdekte waarheid. Hitler dichtte zichzelf daarbij welhaast messianistische kwaliteiten toe – en wist velen daarvan te overtuigen. ‘Een hoogbegaafd mens, die door harde levensstrijd tot zijn overtuigingen is gekomen’, zo oordeelde de Augsburger Neuesten Nachrichten in een recensie van Mein Kampf uit december 1925.

Still uit Leni Riefenstahls 'Triumph des Willens'
Still uit Leni Riefenstahls Triumph des Willens

Precies dat messianisme speelde een cruciale rol, niet alleen in zijn opkomst als politicus, maar ook in de massamoord op de Joden, aldus Saul Friedländer, een van de meest gezaghebbende historici over de Holocaust. Hitler poseerde in dit boek en ook later, in zijn optreden – denk maar aan zijn verschijning, of beter: neerdaling, in Leni Riefenstahls Triumph des Willens - als de  ‘verlosser’, niet alleen van het Duitse volk, maar van de wereld. ‘Redemptive Antisemitism’ is de term die Friedländer gebruikt: Hitler zou afmaken wat Christus was begonnen en de wereld verlossen van de Joden. Hitler hoefde dan ook geen order voor de “Endlösung” uit te vaardigen – zijn volgelingen namen het initiatief tot de fysieke uitroeiing zelf.


Still uit Leni Riefenstahls 'Triumph des Willens'

Het moge duidelijk zijn: de publicatie van deze nieuwe, van commentaar voorziene vertaling van Mein Kampf is van evident belang. Wie geen of onvoldoende Duits leest, was tot op heden aangewezen op een uiterst matige Nederlandse vertaling uit 1939, geleend uit een bibliotheek, gekocht op een zwarte markt in België, of gedownloaded van een schimmige, vaak extreem-rechtse, in de VS gehoste website. Alleen al vanwege dat laatste gegeven – dat die oude vertaling al twintig jaar met één druk op de knop kon worden gedownload – was het lang geldende verbod op heruitgave te karakteriseren als zuiver symbolisch. Aan de ene kant begrijpelijk, omdat het verbod, op grond van artikel 137 van het Wetboek van Strafrecht, de nagedachtenis van de slachtoffers van het nazisme respecteert, aan de andere kant in zekere zin ook contraproductief, zowel vanuit politiek als vanuit pedagogisch oogpunt.

Tot die conclusie waren sommige politici en wetenschappers overigens twintig jaar geleden al gekomen. Zo verklaarde de toenmalige Minister van Justitie Sorgdrager een kritische editie zeker toelaatbaar te achten – een standpunt dat overigens op betrekkelijk weinig bijval kon rekenen. Tien jaar later lagen de verhoudingen al anders – voor mijn voorganger bij het NIOD aanleiding te onderzoeken of het instituut zo’n kritische publicatie zou kunnen verzorgen. Maar er was ook huiver, in de eerste plaats vanwege de enorme omvang van het project: het instituut dacht namelijk aan een editie die wat meer in buurt zou komen de Duitse uitgave van 2016, dan bij deze editie. Maar de belangrijkste reden waarom het project werd afgeblazen, lag in de vrees voor de mogelijke negatieve maatschappelijke reacties.

In 2014 werden deze plannen weer uit de la gehaald, maar geldgebrek en een aanhoudende beduchtheid voor negatieve reacties, ook in eigen gelederen, leidden wederom tot aarzelingen, en vervolgens tot een uitzichtloze vertraging – tot Mai Spijkers van Prometheus het heft in handen nam, mede geïnspireerd door het succes van de imposante, tweeduizend pagina’s tellende Duitse uitgave, verzorgd door ons Münchense zusterinstelling, het Institut für Zeitgeschichte. Overigens hebben de gefnuikte plannen van het NIOD uit 2014 wel iets moois opgeleverd: het vorig jaar verschenen, alom geprezen werk van Ewoud Kieft, Het verboden boek. Mein Kampf en de aantrekkingskracht van het nazisme, dat oorspronkelijk was geconcipieerd als inleiding op de kritische NIOD-uitgave en daarin ook zeker niet had misstaan – maar deze editie is er dus nooit gekomen.

Eindelijk zijn we dus het verbod voorbij – rijkelijk laat, maar beter laat dan nooit. Verbieden is immers geen oplossing, zo schreef ik jaren geleden al eens in een column: het gaat erom burgers, jong en oud, weerbaarder te maken - weerbaar, niet door hen bestraffend toe te spreken, maar hen te confronteren en te leren omgaan met dit soort geschriften en denkbeelden. Een kritische editie als deze is daarvoor een uitstekend middel.

- Frank van Vree.

Deze tekst werd uitgesproken tijdens de bijeenkomst Mein Kampf: gevaarlijk pamflet of zinvolle waarschuwing? op 5 september 2018.