8 oktober 2018

Conny Kristel is op zaterdag 6 oktober 2018 overleden aan de gevolgen van borstkanker. De NIOD-gemeenschap verliest een geliefd en gerespecteerd collega, die unieke bijdragen heeft geleverd aan het werk en de internationale reputatie van het instituut. Als historica is Conny bekend geworden door publicaties over de geschiedenis van de Jodenvervolging en over Nederland en de Eerste Wereldoorlog. Sinds 2010 gaf ze leiding aan EHRI, een internationaal consortium met als doel de digitale toegankelijkheid van archieven en documentatiecollecties met betrekking tot de Jodenvervolging in Europa te verbeteren.

Als projectdirecteur van EHRI belichaamde Conny de ambitie van het NIOD om een voortrekkersrol te spelen in de internationalisering van het vakgebied. Die ambitie was ook een persoonlijke capaciteit, net als de inzichten en de diplomatieke gaven die onmisbaar waren om dit belangrijke werk goed te doen. Steeds opnieuw is gebleken hoezeer de collega’s in de meer dan 20 instellingen in Europa, Israël en de VS die in EHRI samenwerken haar als persoon en als collega hoog hebben gewaardeerd. Een maand geleden, op 11 september, werd op een bijeenkomst in Wenen aangekondigd dat EHRI was geselecteerd om een permanent onderdeel van het Europese wetenschapsbeleid te worden. Conny hield daar een inspirerende speech en zei bij terugkeer dat ze zich onder omstandigheden goed voelde. Dat heeft niet lang meer mogen duren.

Conny Kristel studeerde geschiedenis in Amsterdam en werkte daarnaast op een advocatenkantoor. Na haar afstuderen ging ze recenseren en schrijven voor NRC-Handelsblad en diverse tijdschriften. In 1998 promoveerde ze bij Hans Blom aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift Geschiedschrijving als opdracht – Abel Herzberg, Jacques Presser en Loe de Jong over de Jodenvervolging. Behalve naar de klassieke auteurs over de Shoa in Nederland kan de hoofdtitel ook worden gelezen als een verwijzing naar haar eigen drijfveren, zeker naar het grote verantwoordelijkheidsgevoel waarmee ze de maatschappelijke en de wetenschappelijke kanten van het vak benaderde. De wil om de aard en gevolgen van oorlogsgeweld, vervolging en slachtofferschap te doorgronden maakt de kern uit van al haar studie. Niet minder urgent vond ze het nieuwe wegen te zoeken om zulke kennis in het publieke domein te brengen.

Conny Kristel vond voor het schrijven van haar proefschrift onderdak bij het NIOD, waar ze vervolgens een reeks van belangrijke projecten ging coördineren, waaronder de onderzoeksschool PONTEG voor 19e en 20e eeuwse geschiedenis, het grote onderzoeksprogramma in opdracht van het toenmalige kabinet-Kok naar de terugkeer en opvang van oorlogsslachtoffers (SOTO), en sinds 2010 EHRI. In 2016 publiceerde ze bij de Bezige Bij haar monografie over Nederland en de Eerste Wereldoorlog, De oorlog van anderen en nog onlangs verzorgde ze een inleiding bij de heruitgave van het geschiedwerk van Loe De Jong over de Jodenvervolging.

Conny hield van het leven en van de dingen die er smaak aan geven: kunst, reizen, mooie kleding, lekker eten. Ze had nog veel plannen en ambities. Het is haar niet gegeven die verder te kunnen realiseren en dat stemt erg droevig. Iedereen die met haar heeft gewerkt heeft van haar geleerd, heeft geprofiteerd van de onzelfzuchtige manier waarop ze het gezamenlijke werk vorm kon geven, haar geduld, professionaliteit en commitment. Conny was kritisch op zichzelf en op anderen, maar ze was tegelijkertijd genereus in het delen van kennis en inzicht. Wie voor haar werkte kon zich geborgen voelen. Ze bracht stabiliteit en geloof in eigen kunnen. We weten nog niet eens hoe erg we haar gaan missen. Ons medeleven gaat uit naar haar partner Christiaan, haar familie en verdere naasten.

Namens het NIOD, Peter Romijn, hoofd afdeling Onderzoek

 

Conny Kristel