2 augustus 2018

Onlangs verwierf het NIOD drie unieke condoleancebrieven die hooggeplaatste nazi’s als Rijkscommissaris Seyss-Inquart en SS- en politiechef Rauter schreven aan de moeder van een gesneuvelde Nederlandse SS-vrijwilliger. Zelfs Reichsführer-SS Heinrich Himmler zond de rouwende moeder een telegram, dat hij ondertekende met “in aufrichtiger Verehrung”. Waarom betoonden deze nazi-kopstukken hun medeleven voor een gewoon soldaat die zoals duizenden anderen het leven liet aan het Oostfront?

Egon von Bönninghausen (rechts) inspecteert in WA-uniform een erewacht van de Jeugdstorm (bron: Beeldbank NIOD beeldnummer 24914)

In zijn met vulpen ondertekende brief roemde rijkscommissaris Seyss-Inquart de gesneuvelde SS’er als een trouw volger van de Führer. Hij bood de moeder zijn “tief empfundene Anteilnahme” aan met de heldendood van haar zoon. Rauter, de hoogste SS-chef in Nederland, ging nog een stap verder: hij noemde de gesneuvelde soldaat zelfs een vriend omdat diens “ganzes soldatisches und germanisches Denken” hem “so sehr ans Herz gewachsen” was.

Tekts loopt verder onder de foto's.

De brieven en het telegram zijn gericht aan barones Von Bönninghausen uit Tubbergen. Haar gesneuvelde zoon was jonkheer Egon Lodewijk Maria Theresia Jozef von Bönninghausen (Amsterdam 19 maart 1899). De adellijke stamboom van de familie voerde tot in de vijftiende eeuw terug op voorvaderen uit Westfalen. Generaties lang kozen de Von Bönninghausens voor loopbanen als officier of burgemeester. Egons vader diende aan het eind van de negentiende eeuw meer dan tien jaar als officier bij een Westfaals infanterieregiment. Een ander familielid was een vermaard botanicus en zou de grondlegger van de homeopathie worden.

Egon von Bönninghausen werd in 1926, hij was toen 27 jaar, benoemd tot burgemeester van Ootmarsum. Na een ambtsperiode van twaalf jaar kreeg hij wegens onvaderlandslievende opmerkingen oneervol ontslag. In oktober 1938 zou hij tijdens een jachtdiner in Oldenzaal verkondigd hebben dat inlijving bij Duitsland de enige redding voor Nederland zou zijn. En een maand eerder zou hij in het college van burgemeester & wethouders hebben gezegd dat hij als één van de eersten met de Duitsers zou meemarcheren als zij het land binnenvielen.

portret foto van Egon von Bönninghausen op zijn WA-pas.
portret foto van Egon von Bönninghausen op zijn WA-pas.

Zijn nationaal-socialistische sympathie volgend, trad Von Bönninghausen in maart 1940 toe tot de NSB. Een maand na de capitulatie van het Nederlandse leger meldde hij zich aan als vrijwilliger voor de Waffen-SS. Zijn militaire ambities bleven voorlopig echter nog ondergeschikt aan zijn civiele carrière. Met ingang van 18 september 1940 werd Von Bönninghausen geïnstalleerd als burgemeester van Tubbergen. Gelijktijdig werd zijn broer Ernst aangesteld als burgemeester van Hilversum. De broers Von Bönninghausen waren daarmee de eerste NSB’ers die tijdens de bezetting het ambtsketen droegen. Refererend aan zijn ontslag een jaar eerder, noemde Het Nationale Dagblad van 24 september 1940 Egons benoeming een promotie en eerherstel. Von Bönninghausen zelf beloofde in deze krant zich “ook in het bestuur zijner gemeente door nationaal-socialistische ideeën en idealen te zullen laten leiden”.

Binnen een jaar wachtte hem opnieuw een promotie. Op 9 augustus 1941 werd Von Bönninghausen in de Statenzaal van het provinciehuis te Zwolle beëdigd als commissaris van de provincie Overijssel. Voordat hij in het zwarte uniform van WA-opperbanleider zijn installatierede uitsprak, inspecteerde hij een erewacht van de Jeugdstorm.

Vanwege zijn nieuwe functie was hij verplicht naar Zwolle verhuizen. Met weemoed nam hij afscheid van het familielandgoed ten zuiden van Tubbergen. Tegenover een verslaggever van een regionale krant gaf hij toe zijn honden, zijn wild en “het geruisch van de oude boomen bij de Herinckhave” te zullen missen. Aan zijn persoonlijk gemis verbond hij in één adem een politieke boodschap: “op dit voorvaderlijk landgoed, gevoelt men eerst recht de werkelijke groote waarde van de verbondenheid van bloed en bodem”.

De bosrijke omgeving rondom Herinckhave bleek een uitstekend jachtgebied voor de Duitse bezettingselite. Rijkscommissaris Seyss-Inquart, commissaris-generaal Schmidt en SS- en politiechef Rauter waren graag geziene gasten. Ook NSB-prominenten als M.M. Rost van Tonningen en H.J. Woudenberg bezochten de Von Bönninghausens op hun landgoed.

In de zomer van 1942 nam Von Bönninghausen echter definitief afscheid van het Twentse familiedomein. In een brief die hij drie dagen voor zijn vertrek op 31 augustus 1942 schreef aan een NSB-kameraad, onthulde hij de reden van zijn besluit: “het oorlogsfront trekt mij als overtuigd nationaal-socialist zoo sterk aan dat ik besloot hier alles in den steek te laten en naar het front te gaan”. Enige weken later liet hij vanuit het opleidingskamp in Klagenfurt weten: “ik [zou] niet gaarne wenschen dat de oorlog voorbij ging zonder dat ik er daadwerkelijk aan had deelgenomen hoewel de goede zaak ongetwijfeld meer heeft aan een jonge soldaat van om de 20 jaren dan aan mij 43-jarige”.

Egon von Bönninghausen werd als gewoon soldaat ingedeeld bij de 3e compagnie van het SS-Regiment Westland. Zijn vuurdoop kreeg hij bij Stalino (Oekraïne) waar hij dienst deed als hulp-mitrailleurschutter. Tijdens zijn eerste frontinzet kreeg het huis waarin hij schuilde een voltreffer van eigen geschut. Gewond aan zijn rug wist hij nog een veldlazaret te bereiken maar twee à drie dagen later, op 26 februari 1943, overleed hij.

Het duurde geruime tijd eer het bericht van zijn dood doordrong in Nederland. Pas op 20 maart kon zijn familie in een krantenadvertentie laten weten dat “onze lieve zoon, broeder en zwager” was gesneuveld “in den strijd tegen het Bolsjewisme”. De Deutsche Zeitung in den Niederlanden van 21 maart 1943 noemde zijn dood een offer dat zijn Nederlandse kameraden kunnen beschouwen als “ein leuchtendes Beispiel seiner Einsatzbereitschaft für das neue Europa und seine politische Idee”. En het NSB-lijfblad Volk en Vaderland herdacht Egon von Bönninghausen op 26 maart als “een der besten van onze kameraden, die een hooge post verliet om als eenvoudig vrijwilliger zijn plicht te doen”.

De condoleancebrieven van Himmler, Rauter en Seyss-Inquart zijn vanwege hun bijzondere historische karakter alleen digitaal beschikbaar.

bronnen:

Tekst: René Pottkamp