11 september 2017

Enige tijd geleden kregen we bij het NIOD weer een bijzondere schenking: de brieven van twee broers die samen in Duitsland tewerkgesteld waren.

Jan en Wolbert Vinke

Jan en Wolbert Vinke blijven hun hele leven samen. Oorspronkelijk komen ze uit Winschoten, maar tijdens de oorlog wonen ze, samen met hun zuster Jo, in Rotterdam. De broers werken bij Vroom en Dreesmann in Rotterdam en Jo doet het huishouden. In maart 1943 vertrekken de broers in het kader van de Arbeidsinzet naar de Arado vliegtuigfabriek in Potsdam. In juni 1945 (ruim twee jaar na hun vertrek) keren ze samen terug naar Rotterdam. Ze worden door de familie steevast aangeduid als ‘de Rotterdammers’.

Jo geeft de mannen voor vertrek nog instructies mee hoe men bruine bonen en havermout kookt en de was doet (“het laatste de sokjes in het sop doen”).

Instructies van zus Jo.

Geraniums
De broers ontvangen veel brieven uit Nederland, vooral van hun familieleden, en ze schrijven ook veel brieven terug. Dat wil zeggen, Wolbert schrijft de brieven, met af en toe een opmerking van Jan in de kantlijn. En Wolbert is ook degene die een dagboekje bijhoudt. Uit de brieven en de dagboeken blijkt dat de broers geen onbetaalde en geïnterneerde dwangarbeiders zijn, maar ondergebracht zijn in een grote villa, een redelijk salaris krijgen, naar restaurants en de opera gaan, af en toe ‘een verrassing’ naar Nederland sturen, sociale contacten onderhouden met Duitse families en vaak naar de kerk gaan. Wolbert zal tot lang na de oorlog nog contact houden met de pastor van de parochiekerk in Potsdam. Een voorbeeld van hun redelijk geriefelijke omstandigheden is een brief uit juni 1944. Daarin vertelt Wolbert dat hij geraniums op zijn balkon heeft gezet, maar met de klacht “er was in geen acht weken een vrouw geweest om eens wat schoon te maken, alleen een Pool om wat te vegen”.

Maar, poetsvrouwen of niet, de toestand in Potsdam wordt door het verloop van de oorlog en de aanhoudende bombardementen steeds penibeler. Ze worden ondergebracht in een Lager, de voedselsituatie wordt steeds moeilijker en elke dag moeten ze schuilen voor de bombardementen. Op 14 april schrijft Wolbert in zijn dagboek: “In het Lager meerdere bommen. Allen gered. Barakken in vlammen opgegaan. […] Om 6 uur gewonden helpen dragen. […] Vreselijke avond”.

Trouw
Ontroerend is de trouw waarmee de zusters Jo en Brigit en broer Henk brieven aan hun broers schrijven. Elke week komt er minimaal één brief van twee of meer kantjes. En even ontroerend is de trouw waarmee de familie Vinke tijdens en na de oorlog al deze brieven, inclusief alle ontvangstbewijsjes en ‘Einlieferungsscheine’ heeft bewaard.

Hun neef Gerard Vinke maakte op basis van de brieven een boekje, getiteld ‘Arbeitseinsatz’ dat is opgenomen in de NIOD-bibliotheek. De brieven, dagboeken en andere documenten zijn opgenomen in het NIOD archief, Documentatie I (Personen), Dossier Jan en Wolbert Vinke, inventarisnummer 248-2483.