26 april 2018

NIOD-onderzoeker Johannes Houwink ten Cate en Bob Moore (hoogleraar Moderne Geschiedenis) schreven een ontroerend verhaal over Arnold Douwes, een eigenzinnige domineeszoon die alles deed wat de nazi-bezetters verboden.

Detail cover 'Het geheime dagboek van Arnold Douwes, Jodenredder'

Toen de Joden werden gedeporteerd, organiseerde Douwes onderduikplaatsen in zijn dorp Nieuwlande en zorgde hij voor geld, identiteitsbewijzen en bonkaarten. Tegen alle regels van het illegale werk in hield hij een dagboek bij, dat hij in jampotten verstopte en begroef in de tuin. Douwes en zijn helpers slaagden erin honderden Joden onder te brengen, totdat hij in 1944 werd opgepakt door de Gestapo. Eenmaal bevrijd uit de gevangenis door het gewapend verzet, moest hij zelf onderduiken.

Terwijl er andere Jodenredders waren die documenten opstelden, bijvoorbeeld over de plaats waar zij kinderen hadden ondergebracht, en naar verhouding vele Nederlanders toen een dagboek bijhielden, is het dagboek van Douwes voor zover wij weten het enige uitgebreide verslag van het werk van een Jodenredder op grote schaal in West-Europa.

Het dagboek van Arnold Douwes (1906-1999) geeft een uniek beeld van het werk dat in en rond het Drentse dorp Nieuwlande verricht werd om Joden te redden. Het unieke aan zijn werk is dat hij, tegen alle regels en illegaliteit in, precies opschreef wat hij allemaal deed. Hij schreef op losse velletjes papier, die hij vervolgens in jampotten stopte en begroef in de tuin van het huis waar hij zich op dat moment bevond.

Fragment uit het dagboek
"Ik word gewekt door mijn hospes, die beweert dat het tijd is. Het was vijf uur. Ons werk op de boomkwekerij begon om zes uur. Van werken kwam die dag niet[s]. De lucht was gevuld met vliegtuigen. De radio hielp ons al gauw uit onze onzekerheid: oorlog! De Moffen! Dat, wat we hadden kunnen zien aankomen maar waarin we toch niet wilden geloven, was een feit geworden: we waren in oorlog. We snapten het niet, konden het niet bevatten. In oorlog met de nazi-beesten, want dat het beesten waren wisten we reeds lang."

De Yad Vashem-onderscheiding

In 1985 kreeg het Drentse dorp Nieuwlande als eerste gemeenschap ter wereld de Yad Vashem-onderscheiding van de staat Israël. Ruim 250 inwoners hadden tijdens de bezettingstijd Joden verborgen. De grote organisator was domineeszoon Arnold Douwes, die door de legendarische verzetsman Johannes Post gerekruteerd was voor het verzet. Hij slaagde erin honderden Joden onder te brengen, tot hij in 1944 werd opgepakt door de Gestapo. In 1943-1944 maakte Douwes nauwkeurige notities over zijn verzetswerk, die hij verstopte in jampotten en begroef in de tuin. Douwes overleefde de oorlog en werkte zijn aantekeningen kort na de bevrijding uit tot een verhaal in dagboekvorm, dat merkwaardig genoeg niet eerder werd uitgegeven. Van geen andere Europese Jodenredder is een dagboek bekend: reden dat het NIOD de historische betekenis ervan op één lijn stelt met de dagboeken van Anne Frank en Etty Hillesum.

Het boek is gebaseerd op een dagboek uit het NIOD-archief. U vindt de beschrijving hier.

Verder lezen?