8 februari 2019

Deze tekst werd uitgesproken door Erik Somers ter gelegenheid van de opening van de tentoonstelling De Jodenvervolging in foto's. Nederland 1940-1945 op zondag 27 januari 2019.

Geachte aanwezigen.

Er is geen onderwerp uit de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Nederland waarover zoveel is gepubliceerd als de Jodenvervolging: publicaties al dan niet geïllustreerd met foto’s. De afbeeldingen dienen daarbij vrijwel altijd als ondersteuning of ter illustratie van het historische verhaal. Het beeld zelf staat niet centraal. Dat is opvallend, omdat de herinnering aan de meest ingrijpende gebeurtenissen uit de bezettingstijd gevoed wordt door aangrijpende opnames. De iconische foto’s van de razzia op het Jonas Daniel Meijerplein in Amsterdam in februari 1941, de deportaties vanuit kamp Westerbork, maar ook portretfoto’s van Anne Frank: het zijn beelden die op ons netvlies staan getekend. Dergelijke beelden dragen bij aan een historisch bewustzijn en zijn daarbij een belangrijke factor in de vorming van een collectieve herinnering.

Wat wij (René Kok en ik) hebben gedaan in het boek – en zeker ook in de tentoonstelling – is de beelden, de foto’s, het uitgangspunt laten zijn: we presenteren een visuele geschiedenis. Foto’s geplaatst in een contextuele samenhang tonen en verhalen het verleden.

Aan dit project ligt intensief beeldonderzoek ten grondslag. Ons onderzoek naar fotomateriaal over de Jodenvervolging in Nederland begon in de collecties van het NIOD waar zich veruit de meeste foto’s van de Duitse bezetting bevinden. Het NIOD, opgericht drie dagen na de bevrijding in mei 1945, is onmiddellijk begonnen met het verzamelen van beeldmateriaal. Vervolgens zijn talrijke archieven en particuliere verzamelingen in binnen- en buitenland geraadpleegd. In Israël, de Verenigde Staten en Duitsland namen we bijzondere collecties door. Daarnaast waren particulieren bereid diep gekoesterde privé foto’s en fotoalbums ter beschikking te stellen.

Uit ons onderzoek kwam nog eens naar voren dat er opmerkelijk veel foto’s bewaard zijn gebleven van de Jodenvervolging in Nederland. Dat is zeker het geval, wanneer we dit vanuit internationaal perspectief bezien. Van geen enkel ander door nazi-Duitsland bezet land in West-Europa, zijn zo veel foto’s met betrekking tot vervolging van de Joden bewaard gebleven. In bezet Nederland zijn naast opnames van pers- en in dienst van de bezetter werkende fotografen, opmerkelijk veel foto’s door particulieren gemaakt. Gewone Nederlanders fotografeerden soms openlijk, soms vanuit het verborgene, vanonder een jas of langs opzij geschoven vitrage uit het raam, de vervolging en wegvoering van de Joodse medeburgers.

Bij de keuze van de foto’s hebben wij ons voortdurend laten leiden door het uitgangspunt dat een foto aanspreekt, emoties oproept, verontrust, bewust maakt of het geweten in beroering brengt. Daarbij blijkt dat - nog meer dan bij andere thema’s uit de jaren van oorlog en bezetting - de tragedie van de Jodenvervolging nog sterker verbeeld wordt door foto’s waar een persoonlijk verhaal achter schuil gaat. Zoveel mogelijk is dan ook geprobeerd de identiteit en de lotgevallen van de gefotografeerde personen te achterhalen. In boek en tentoonstelling is de focus gericht op mensen; slachtoffers en overlevenden, daders, helpers en omstanders.

Aan de samenstelling en de keuze van de foto’s liggen onontkoombaar subjectieve, persoonlijke interpretaties en afwegingen ten grondslag. Geschiedschrijving is een subjectieve aangelegenheid, visuele geschiedschrijving is dat nog meer. Veel hangt af van duiding en keuzes. Evenals historische documenten moeten ook foto’s aan bronnenkritiek worden onderworpen. Het is daarom noodzakelijk de achtergronden van een foto te achterhalen en de foto’s te beoordelen in de historische context, na te gaan wat de achterliggende beweegreden zijn waarom een foto is gemaakt, en bovenal; welke belangen met de foto werden gediend.

Erik Somers, René Kok, Khadija Arib, Felix Klein (foto: Monique Kooijmans)

Al heel snel ontstond bij ons het idee dat dit foto-historisch onderzoek naast een boek zich bij uitstek leende voor een tentoonstelling. Voor een tentoonstelling kwamen we in eerste instantie uit bij Topgraphie des Terrors in Berlijn. Het prestigieuze museum, met 1,3 miljoen bezoekers het afgelopen jaar, spreekt ons aan omdat de recente museuminrichting gebaseerd is op nieuw, intensief foto-onderzoek. Op de plek waar de SS en het Reichssicherheitshauptamt waren gevestigd, wordt vooral het proces naar en de uiteindelijke uitvoering van de vernietiging door Sonderkommando’s en in de nazi-vernietigingskampen in midden en Oost-Europa getoond. Ons voorstel een tentoonstelling over vervolging en deportatie in Nederland te maken, werd direct omarmd. Een lacune kan worden ingevuld: voor het eerst zal in Topographie des Terrors aandacht worden besteed aan de Jodenvervolging in een door Nazi-Duitsland bezet West-Europees land.

Al snel leidde de besprekingen in Berlijn en Amsterdam tot de conclusie dat een tentoonstelling het idee van een uitwisseling en wisselwerking moest krijgen. Ook in Nederland zou de tentoonstelling te zien zijn. Een betere en voor de hand liggende plek dan het Nationaal Holocaust Museum in oprichting is niet denkbaar. In de voorbereidende fase naar de inrichting van een definitief Holocaustmuseum op deze bijzondere plek zullen de ervaringen met deze tentoonstelling worden meegenomen. Eén constatering kan bij voorbaat gemaakt worden. In een samenleving die steeds meer door beeldcultuur wordt gedomineerd, zal de verbeelding van het verleden door foto’s, die het verleden tastbaar en invoelbaar maken, en waar mogelijk aan persoonlijke verhalen verbonden zijn, een overtuigde presentatievorm zijn.

Hoewel wij beiden al tientallen jaren bij het NIOD werkzaam zijn, heeft het onderzoek en de samenstelling van tentoonstelling en boek ons geraakt en geëmotioneerd. Aan het einde van de tentoonstelling wilden wij een poging doen de moord op 104.000 Joden in één foto, als een soort monument te verbeelden. Een welhaast onmogelijke opgave. In het archief van het Etty Hillesum Centrum kwamen we een foto tegen die ons zeer trof.

De foto is uit september 1942. Naast de joodse school op de binnenplaats achter de grote synagoge in Deventer poseren 22 joodse kinderen in de leeftijd van 4 tot 17 jaar. De gele sterren, die vanaf de leeftijd van zes jaar moesten worden gedragen, zijn duidelijk zichtbaar. De foto kwam in het voorjaar van 1998 bij toeval tevoorschijn bij het verwisselen van een schilderijlijst. De opname blijkt gemaakt bij de viering door de kinderen van het Joods Nieuwjaar. Van de afgebeelde kinderen konden de gegevens worden achterhaald. Eén kind bleef onbekend. Al binnen een paar weken na het maken van de foto werd een aantal kinderen weggevoerd naar Auschwitz en daar direct na aankomst vermoord. Uiteindelijk werden alle kinderen gedeporteerd en vermoord. Alleen Felice Polak, het toen 8-jarige meisje dat in haar witte jurk het opvallende middelpunt van de foto is, overleefde de oorlog. Samen met haar ouders en broer dook zij onder.

Een paar weken geleden namen wij contact op met de inmiddels 85-jarige Felice Polak. Ondanks haar slechte gezondheid wilde zij bijzonder graag op ons verzoek ingaan het eerste exemplaar van het boek vandaag in ontvangst te nemen. Zij keek ernaar uit en zag het als een eerbetoon aan de andere kinderen op de foto. Het mocht niet zo zijn. Woensdag een week geleden, is zij overleden. Met deze foto leeft nu ook haar herinnering voort.

Onze bedoeling om met het overhandigen van het eerste exemplaar eer te brengen aan de onvoorstelbaar vele slachtoffers die met deze foto worden gesymboliseerd, liet ons niet los. Twaalf jaar geleden heeft Felice in een filmportret van het Etty Hillseum Centrum haar verhaal verteld aan haar kleinzoon Jasper, die toen ongeveer dezelfde leeftijd had als zij destijds op de foto. Het eerste exemplaar overhandigen wij daarom graag aan kleinzoon Jasper waarmee symbolisch wordt weergeven dat het verhaal van zijn oma, de kinderen op de foto en de talloze andere Joodse slachtoffers van het nationaal-socialisme nu wordt doorgeven door de huidige generatie.

Erik Somers en Jasper, de kleinzoon van mevrouw Felice Polak (foto: Monique Kooijmans)