In 1922 richt de nog nauwelijks bekende leider van de nationaalsocialistische NSDAP Adolf Hitler een partijmilitie op: de SA (Sturmabteilung). Deze heeft als belangrijkste taak de ‘verovering van de straat’ en het op agressieve wijze stimuleren van de invloed, de macht en het ledental van de jonge partij. Als onderdeel van deze SA ontstaat in 1925 de SS (Schutzstaffeln). Deze organisatie is aanvankelijk bedoeld als lijfwacht van Hitler (Leibstandarte SS ‘Adolf Hitler’), doch in de loop der jaren groeit de SS uit tot een gevreesde terreurorganisatie, die onder meer zijn werkterrein heeft in de concentratie- en vernietigingskampen. Aanvankelijk heeft de SS weinig pretentie of betekenis. De activiteiten zijn weinig indrukwekkend: de bescherming van Hitler en andere partijvoormannen, maar ook van partijvergaderingen tegen politieke tegenstanders en, waar nodig, tegen dissidente of rebellerende partijgenoten. De bruinhemden van de SA overvleugelen de zwarthemden van de SS in die beginjaren op alle fronten. Chef staf van de SA Ernst Röhm (een van de weinigen die du tegen Hitler mag zeggen) propageert, als aartsrevolutionair, na de machtsovername in 1933 een ‘tweede revolutie’. Dit past echter totaal niet in de plannen van de Führer. Na lang aarzelen besluit Hitler met hulp van de SS in 1934 korte metten met zijn oude strijdmakker te maken. Met duizend van zijn volgelingen wordt Röhm van zijn bed gelicht en enkele uren later in zijn cel doodgeschoten. De SS is in een klap van een hinderlijke concurrent verlost.

De beloning komt snel. Aan de ondergeschikte positie van de SS ten opzichte van de SA komt een einde. De invloed van hun aanvoerder Reichsführer Heinrich Himmler (1900-1945) groeit navenant. In 1936 wordt deze voormalige kippenfokker tevens hoofd van de Duitse politie. Himmlers ster zal in de loop der jaren tot grote hoogte stijgen – zijn naam en die van de onder hem ressorterende diensten krijgen een steeds afschrikwekkender klank. Zijn ondergeschikten vertoeven op vele sleutelposities in het Derde Rijk en alleen Hitler wordt door Himmler als zijn meerdere erkend. SS‘ers moesten volgens zijn opvattingen van raciale, ideologische en mentale zuiverheid zijn, maar in de allereerste plaats supernazi’s met een grote onderlinge saamhorigheid en een sterk ontwikkelde trouw aan de Führer, die daarvoor als dank de SS de wapenspreuk geeft ‘Meine Ehre heisst Treue'. Voorwaarde voor het welslagen van de SS-ideologie, zo oordeelt Himmler, is niet een revolutie-van-onderop, maar een doordringen in de oude structuren en uitholling van de gehele Duitse samenleving. Daarom moet zijn SS doordringen in elke plek, op elk terrein, in iedere sociale laag en beroepsgroep van de Duitse samenleving.

In de jaren dertig groeit de SS explosief. Naast de Allgemeine SS ontstaan er allerlei substructuren zoals de geheime staatspolitie, de Gestapo en de met de bewaking van de concentratiekampen belaste SS-Totenkopf-Verbände. Alleen op militair terrein blijft de invloed van de SS zeer beperkt. Hitler wil het Duitse leger niet voor het hoofd stoten. Daarom wordt besloten tot de oprichting van een militaire tak van de SS, die in 1940 de benaming Waffen SS kreeg. Dit militaire keurkorps zal de politieke tak van de SS tijdens de oorlog steeds meer naar de achtergrond schuiven.

Heinrich Himmler