Met de tentoonstelling ‘Genocide getekend’ willen de makers een overzicht bieden van de variatie en bandbreedte van de manieren waarop stripmakers – en enkele verwante creatieve beeldmakers – sinds 1945 vorm en inhoud hebben gegeven aan de verbeelding van genocide. 

Het stripverhaal als uitingsvorm
Stripverhalen – of we ze nu comics, bandes dessinées, manga of graphic novels noemen -  vormen een divers maar samenhangend medium. Een medium dat berust op de opeenvolging van getekende beelden, al dan niet voorzien van teksten. Als herkenbaar medium bestaan stripverhalen sinds de late negentiende eeuw. Het beeldverhaal zoals wij dat vandaag de dag kennen is dus eigenlijk al ruim een eeuw oud. Maar de inburgering van dat medium, het serieus nemen van deze uitingsvorm is desondanks nog steeds een voortgaand proces. 

De prestigieuze Library of Congress in Washington DC heeft enkele weken geleden voor het eerst een stripmaker, Gene Luen Yang,  benoemd tot  US National Ambassador for Young People’s Literature. Hoewel stripverhalen juist in de Verenigde Staten al vele decennia een gevestigd mainstream fenomeen zijn, was het blijkbaar niet vanzelfsprekend dat strips geassocieerd werden met respectabel geachte verhalen, verhalen die we aanbevelen om over te dragen aan nieuwe generaties.

De Holocaust en andere genociden
Die thematiek van moeizame acceptatie raakt aan diverse stripverhalen die in de tentoonstelling geexposeerd zijn; aan de receptie van populaire vertolkingen van intens tragische geschiedenissen. Art Spiegelmans zeer persoonlijke Holocaust-werk Maus  wordt inmiddels in brede kring gewaardeerd en geroemd, maar toen dit intrigerende stripwerk in de tweede helft van de jaren tachtig in boekvorm verscheen, vonden uitgevers en recensenten het buitengewoon lastig om te bepalen waar ze iets dergelijks moesten plaatsen en ook hoe ze zoiets moesten beoordelen. Auschwitz als stripverhaal, kon dat wel? De Holocaust verbeeld met dieren als karakters, mocht dat wel? Waren dit comics en funnies die met plat vermaak geassocieerd moesten worden?

Een soortgelijke discussie ontspon zich in de vroege 21e eeuw ook in Europa. De educatieve stripboeken die de Anne Frank Stichting en stripmaker Eric Heuvel publiceerden, bedoeld om jeugdige lezers vertrouwd te maken met de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust, werden aanvankelijk evenzeer met gefronste wenkbrauwen onthaald. Gerenommeerde Duitse media vroegen zich af ‘Darf man so etwas in Comic? ’ Kan een inktzwarte tragedie voorstelbaar worden gemaakt zonder te vervallen in clichés? Maar de doorwrochte aanpak dwong uiteindelijk respect af.

Inmiddels zijn velen van ons vertrouwd met de term graphic novel, die vaak gebruikt wordt om aan te geven dat beeldverhalen wel degelijk in staat zijn genuanceerde, complexe en traumatiserende ervaringen te verbeelden en verwoorden. Stripmakers uit een toenemend aantal landen dragen daar steeds vaker bewijsmateriaal voor aan.

Toenemend aanbod
Educatieve instellingen als musea en herinneringscentra lijken ook steeds vaker betrokken te zijn bij het initiëren van nieuwe stripuitgaven over pijnlijke geschiedenissen. Dat heeft er enerzijds toe geleid dat wij hier slechts een bescheiden selectie kunnen tonen van het beschikbare materiaal. Anderzijds heeft het toegenomen aanbod het mogelijk gemaakt dat wij hier ook stripmateriaal kunnen tonen over andere zwarte bladzijden uit de 20e eeuw, de genocides die diepe sporen hebben getrokken in Turkije en Armenië, in Rwanda en in het voormalig Joegoslavië, in Bosnië.

Met die uitbreiding van het aantal volkerenmoorden dat centraal staat in deze stripverhalen, lijkt geleidelijk aan ook het aantal perspectieven toe te nemen op het fenomeen genocide. Waar Ton van Tast (Anton van der Valk) kort na de bevrijding de behandeling van de Jodenvervolging beperkte tot terloopse illustraties van een anti-Joodse verbodsbepaling en de ‘mogelijkheid’ van onderduiken, zonder ook maar één enkele joodse burger in beeld te brengen, is er inmiddels veel meer aandacht voor slachtoffers en omstanders en, zij het in mindere mate, voor daders. De verhalen worden vaak ook persoonlijker, zij tonen het tragisch bestaan van voorstelbare individuen. Niet alle tekenaars en scenaristen maken daarbij overigens dezelfde keuzes of hanteren dezelfde esthetische voorkeuren.
 

 

Prof. dr. Kees Ribbens opent de tentoonstelling 'Genocide getekend'
Studenten van de ArtEZ hogeschool presenteren eigen werk.
Studenten van de ArtEZ hogeschool presenteren eigen werk.
Studenten van de ArtEZ hogeschool presenteren eigen werk.
Foto's door Marcel Israel