Foute muziek

Net als in Duitsland wordt de Nederlandse cultuursector na de bezetting naar Duitse standaarden hervormd. Deze veranderingen hebben grote invloed op de muzieksector. Bepaalde artiesten mogen niet meer optreden en sommige muziek hoor je niet meer op de radio. Hierdoor komt er ruimte vrij voor pro-Duitse geluiden.

Zondagmiddagcabaret met Paulus de Ruiter

De Nederlandse pers en radio worden na de Duitse bezetting gelijkgeschakeld. Het omroepenbestel wordt naar nationaalsocialistische maatstaven hervormd. Journalisten mogen bijvoorbeeld niet zomaar meer schrijven en uitzenden wat zij willen. Ook heeft de overname van de pers en de radio invloed op de muziek die voortaan wordt uitgezonden via de radio. Op 8 maart 1941 neemt de Nederlandsche Omroep - een door de bezetter in het leven geroepen omroep - de bestaande omroepverenigingen over.

Via de Nederlandsche Omroep wordt ook het ‘Zondagmiddagcabaret met Paulus de Ruiter’ uitgezonden. Paulus de Ruiter is het pseudoniem van liedjesschrijver en inhoudelijk samensteller Jacques van Tol. Hoewel Van Tol na de oorlog ontkent teksten voor het programma geschreven te hebben, profileert hij zich tijdens de oorlog als tekstschrijver van het radioprogramma. Het ‘Zondagmiddagcabaret’ zendt politiek geëngageerde liedjes en toneelstukjes uit. Antisemitische liedjes zijn geen uitzondering. Eén van de antisemitische nummers dat het programma uitzendt is ‘De Jodenman’. Het nummer is een bewerking van het lied ‘De kleine man’, van de Joodse zanger Louis Davids die vlak voor de bezetting overlijdt. Van Tol schrijft vóór de oorlog liedjes voor Davids, waaronder ‘De kleine man’. Van Tol maakt van de tekst een antisemitische parodie:

Dat was de Jodenman, de dikke Jodenman,
De uitgekookte gaargestookte, vette Jodenman.

Ook zendt het programma af en toe parodieën uit op liedjes van Radio Oranje. Van het verzetslied ‘Op de hoek van de straat staat een NSB’er’ maakt Van Tol:

‘Aan de rand van het strand,
zitten ze te dromen.
Turen naar Engeland,
of ze nog niet komen.

Potje thee in de hand,
vast maar meegenomen.
Churchill heeft zo'n droge keel,
want hij praat zoveel.’

Van Tol twijfelt naarmate de oorlog langer duurt steeds meer aan zijn werkzaamheden en aan zijn NSB-lidmaatschap. In 1944 zegt Van Tol zijn NSB-lidmaatschap op en begint de liedjesschrijver illegale blaadjes te maken met daarin samenvattingen van uitzendingen van de Engelse radiozender. Ook neemt Van Tol onderduikers in huis. Na de oorlog wordt Van Tol alsnog gearresteerd voor zijn rol in het ‘Zondagmiddagcabaret’. In 1949 komt hij vrij.

Marsliederen

Een ander genre dat erg populair is onder nationaalsocialisten is marsmuziek. De marsen moeten een gevoel van saamhorigheid opwekken en de luisteraars stimuleren het nationaalsocialistische gedachtengoed te omarmen. De manier waarop deze marsen gezongen worden – in uniform en in marsformatie  - verduidelijkt nog eens het politieke doel van het zingen van de marsen. Een marslied dat in Nederland gezongen wordt is ‘W.A. marcheert’. 'W.A. marcheert' is een mars van de Weerafdeling, gecomponeerd in 1940 door componist en W.A.-lid Piet Heins. Het lied beschrijft de herrijzenis van het 'Dietse Volk' :

‘Het Dietse Volk herleeft na jaren
Verbroken ’t juk der slavernij.
’t Komt zich in onze rijen scharen,
Vertrouwend, onverdeeld en vrij.’

Affiche voor het Zondagmiddagcabaret van Paulus de Ruiter, Beeldbank WO2/NIOD.
'De kleine man' (1929) gezongen door Louis Davids, tekst geschreven door Jacques van Tol.
Tekst van 'De Jodenman' uit 1942, geschreven door Jacques van Tol voor het Zondagmiddagcabaret.
Jacques van Tol verschijnt voor het Gooise Tribunaal in Hilversum, 1947. Beeldbank WO2/NIOD.
De Weerafdeling (W.A.), 1941, Beeldbank WO2/NIOD.