Joodse muzikanten

Voor Joodse musici betekent de opkomst van de NSDAP in Duitsland het einde van hun carrière. Spelen bij een orkest, een muziekopleiding volgen of optreden wordt verboden. Na de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940 worden ook Joods-Nederlandse musici slachtoffer van de ‘arisering’ van de muzieksector.

Kunst en cultuur in Nazi-Duitsland

Nadat Hitler in 1933 aan de macht komt, begint de nazificatie van kunst en cultuur in Duitsland. In maart en september dat jaar worden het ‘Reichsministerium für Volksaufklärung und Propaganda’ en de ‘Reichskulturkammer’ opgericht met als gevolg dat Joodse musici geen muziekopleidingen meer kunnen volgen en gedwongen ontslag moeten nemen bij orkesten. Nazi’s maken het Joodse muzikanten onmogelijk lid te worden van nieuwe, overkoepelende muziekorganisaties als het ‘Reichskartell’. Deze maatregelen leiden ertoe dat veel Joodse musici uit Duitsland vluchten.

De Comedian Harmonists

Ook een aantal leden van de Duitse zanggroep de Comedian Harmonists behoort tot de groep muzikantenvluchtelingen uit de jaren dertig. De Comedian Harmonists zijn met hun originele manier van optreden aan het einde van de jaren twintig erg populair in Duitsland en daarbuiten. Nadat Hitler aan de macht komt wordt het bestaan en het optreden van de Comedian Harmonists verder tegengewerkt - drie leden van de groep zijn Joods. In 1935 krijgen de Comedian Harmonists een officieel optreedverbod opgelegd door de Reichsmusikkammer, omdat de groep ‘niet-arische’ leden heeft.

De Joodse leden van de groep willen na het verbod emigreren om een nieuwe groep te starten. Nadat de Comedian Harmonists in 1935 hun laatste concert geven, vertrekken de Joodse leden naar Wenen om daar met de ‘Comedy Harmonists’ verder te gaan. De overgebleven niet-Joodse leden blijven in Duitsland en vormen daar met nieuwe ‘arische’ leden ‘Das Meistersextett’. In 1941 vallen beide groepen om verschillende redenen uiteen. Alle leden overleven de oorlog, maar de originele leden van de Comedian Harmonists komen na de oorlog nooit meer samen.

Nederlandse tieneridolen: Johnny & Jones

Na de Duitse bezetting in 1940 worden ook Joods-Nederlandse musici met verschillende maatregelen tegengewerkt. De Duitsers richten in november 1940 het ‘Departement van Volksvoorlichting en Kunsten’ (DVK) en in 1941 de ‘Nederlandsche Kultuurkamer’ op. Joden mogen geen lid worden. Ook het muzikale duo Nol van Wesel en Max Kannewasser worden het slachtoffer van de Duitse cultuurpolitiek in Nederland. De Joodse Van Wesel en Kannewasser, bekend als ‘Johnny & Jones’, zijn in de jaren dertig Nederlandse tieneridolen. Het duo kent elkaar van de Bijenkorf, waar ze beiden werken. Samen zingen ze liedjes in swing-stijl met Nederlandse teksten die ze met een Amerikaans accent uitspreken. Op den duur worden Van Wesel en Kannewasser zó succesvol, dat ze kunnen leven van de muziek. De grootste hit van Johnny & Jones is ‘Mijnheer Dinges weet niet wat swing is’, uit 1938.

Hoewel het na de bezetting lastiger wordt om op te treden, zijn de platen van het duo tot 1941 nog te verkrijgen. In 1943 worden Van Wesel en Kannewasser samen met hun echtgenotes opgepakt en naar Westerbork gedeporteerd. Sommige gevangenen onthalen Van Wesel en Kannewasser met enthousiasme – Johnny & Jones zijn immers beroemd. Van Wesel en Kannewasser zijn niet de enige artiesten die zich in het kamp bevinden. Ook de in 1939 naar Nederland gevluchte Duitse cabaretier Willy Rosen en violiste en revueartiest Jetty Cantor zitten opgesloten in Westerbork. In Westerbork werken Van Wesel en Kannewasser in de vliegtuigsloperij. Buiten de werktijden om blijft het duo liedjes schrijven, over het leven in Westerbork.

In de zomer van 1944 krijgen Johnny & Jones een laatste kans om in het geheim een aantal nummers op te nemen in Amsterdam. Ze zijn daar vermoedelijk voor een werkklus. Aanbiedingen die zij krijgen om onder te duiken slaan ze af. In een kelder in de P.C. Hooftstraat nemen ze nog zes nummers op. De liedjes zijn lichtzinnig en humoristisch. ‘Wij slopen met muziek’ is één van deze liedjes, waarin het duo het werk in de vliegtuigsloperij beschrijft:

‘Als wij beginnen te zingen,
gaan de schroeven en de bouten swingen.
De propellers en de motoren,
vallen zomaar uit elkaar als zij ons horen’

Het bekendste nummer dat de mannen in Amsterdam opnemen is het ontroerende ‘Westerbork Serenade’:

‘Ik zing mijn Westerbork Serenade,
Tussen de barakken, kreeg ik het te pakken
Op de hei.
Diese Westerbork liebelei’

Nol van Wesel en Max Kannewasser worden samen met hun echtgenotes op transport gezet in september 1944 en sterven uiteindelijk in Bergen-Belsen aan uitputting en ziekte.

De 'Comedian Harmonists' met 'Veronika, der Lenz ist da', uit 1930.
NSB-tentoonstelling over de Nederlandsche Kultuurkamer, 1943. Beeldbank WO2/NIOD.
Jazzmuziek wordt tijdens de oorlog bestreden. In dit document van het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten uit 1943 is een aantal voorwaarden opgesteld voor amusementsmuziek om 'negroide elementen' uit muziek te weren.
Tekst 'Wij slopen met muziek', datum onbekend.
'Wij slopen met muziek', gezongen door Johnny & Jones in 1944.
Tekst 'Westerbork Serenade', datum onbekend.
'Westerbork Serenade', gezongen door Johnny & Jones in 1944.
Documenten omtrent de deportatie van Max Kannewasser naar Westerbork en Auschwitz.
Document omtrent de deportatie van Nol van Wesel naar Westerbork.