Muziek in Nederlands-Indië

Op 8 maart 1942 komt Nederlands-Indië onder Japans gezag te staan. Veel burgers uit geallieerde landen of groepen die loyaal zijn aan de Nederlandse overheersing komen terecht in gevangenkampen. Ondanks de omstandigheden zoeken veel gevangenen in de kampen naar een beetje vermaak.

Het stemmenorkest in Palembang

Eén van de interneringskampen in Nederlands-Indië is het vrouwenkamp in Palembang. In het kamp zijn er verschillende vrouwenkoren. Zingen biedt plezier en geeft de vrouwen afleiding van de omstandigheden in het kamp. De Britse zendelinge Margaret Dryburgh is één van de vrouwen die de koren begeleidt. Dryburgh schrijft in 1942 het lied ‘The Captive’s Hymn’. Het lied groeit uit tot een bekend en veel gezongen kamplied. Nu nog klinkt ‘The Captive’s Hymn’ regelmatig op herdenkingsbijeenkomsten over de hele wereld.

‘The Captive’s Hymn’ is niet het enige muziekstuk dat Dryburgh in het vrouwenkamp componeert. Samen met de Engelse muzikante Norah Chambers stelt Dryburgh een ‘stemmenorkest’ samen. Door het gebrek aan bladmuziek noteren Dryburgh en Chambers samen klassieke muziekstukken  uit het hoofd. De twee vrouwen bewerken de muziek voor het stemmenorkest. Een van de stukken die zij bewerken is ‘Largo’ uit ‘Uit de nieuwe wereld’, een symfonie van Dvorák. Via deze link is een fragment van dit muziekstuk te vinden, gezongen door vrouwenkoor Malle Babbe.

Wim Kan in Nederlands-Indië

Naast klassieke muziekuitvoeringen zijn er in sommige kampen ook cabaretoptredens. De Nederlandse cabaretier Wim Kan treedt tijdens zijn gevangenschap in Nederlands-Indië in verschillende kampen op.

In december 1939 vertrekt Kan met zijn ‘ABC-cabaret’ naar Nederlands-Indië om daar op tournee te gaan. In het ABC-cabaret zit onder meer Corry Kan-Vonk, de echtgenote van Kan. Tijdens de tournee breekt de oorlog met Japan uit. Kan moet zich melden voor militaire dienst en belandt na de capitulatie van het  KNIL (Koninklijke Nederlandse Indische Leger) in gevangenschap. Ook zijn vrouw komt in een kamp terecht. In verschillende kampen blijven beide cabaretiers muziek maken en liedjes schrijven.

In 1942 verhuist Kan van Bandoeng naar een kamp in Tjimahi. In dit kamp lukt het Kan een aantal cabaretvoorstellingen te schrijven en op te voeren. Eén van de programma’s die Kan schrijft is ‘Kawat-melodieën 42’. Op de melodie van bekende liedjes schrijft Kan liedjes over het leven in het interneringskamp. Op de melodie van ‘Kleine man, je had een drukke dag’, origineel 'Little man you had a busy day' uit 1934, maakt Kan een lied over een ‘kleine kampbewoner’:

‘Kleine kampbewoner, donker valt de nacht
Over al je zorg en tobberij;
Kleine kampbewoner, sluit je klamboe
Wéér een dag voorbij.

Kleine kampbewoner, vol is de chambree,
Eenzaam lig je in die donkere rij;
Kleine kampbewoner, sluit je klamboe
Wéér een dag voorbij.’

Na Tjimahi belandt Kan in verschillende kampen, waaronder het kamp bij de Birmaspoorweg. Hoewel zijn gezondheid dit niet altijd toelaat, blijft Kan optreden. Na de oorlog speelt Kan een cabaretprogramma met de titel ‘Oranje Revue 1273 dagen’, naar het aantal dagen gevangenschap in Indië. Kan en zijn vrouw overleven beiden de oorlog en de interneringskampen en keren in maart 1946 terug naar Nederland.

Krontjongmuziek

Tijdens de Japanse bezetting en de periode erna speelt krontjongmuziek een belangrijke rol. Krontjongmuziek ontstaat in de zestiende eeuw door een vermenging van Portugese en inheemse stijlen en is populair onder Indo-Europeanen. De Japanse bezetter staat krontjong toe. Met behulp van krontjongmuziek proberen de Japanners propaganda te ontwikkelen die aanslaat bij de Indonesische bevolking.

Ondertussen verschijnen er krontjong-protestliederen gericht tegen de Japanse bezetting: krontjong betawi. Een voorbeeld van zo’n protestlied is ‘Bagimu Neg’ri’, een lied over de belofte trouw te zijn aan Indonesië. In krontjongliederen proberen muzikanten dubbelzinnige teksten te verwerken, zodat het lied in het geheim een verzetslied is tegen de Japanse bezetting. Zo bekent het woord ‘Negri’ in de titel van het lied ‘land’, maar staat het woord ook voor Neg(ara) R(epublik) (I)ndonesia. De titel betekent dus eigenlijk: ‘Voor jou mijn Republiek Indonesië’.

Ook tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd verschijnt er krontjongmuziek met een politieke boodschap: krontjong revolusi. Een voorbeeld van zo’n lied is ‘Gugur Bunga’, geschreven door Ismail Marzuki, één van de bekendste verzetsmuzikanten tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd. Het lied eert de soldaten die omkwamen in de oorlog.

Vrouwen in een interneringskamp in Nederlands-Indië, 1945. Beeldbank WO2/NIOD
'The Captives Hymn', gezongen door Vrouwenkoor Cadans.
Briefkaart van Wim Kan naar Corry Kan-Vonk tijdens, datum onbekend. Beeldbank WO2/NIOD.
Origineel van 'Kleine man je had een drukke dag': 'Little man you had a busy day', gezongen door Elsie Carlisle in 1934. Wim Kan baseerde op deze melodie zijn lied 'Kleine kampbewoner'.
Affiche van een kerstprogramma, waarop vermeld staat dat Wim Kan wegens ziekte niet kan optreden. Beeldbank WO2/NIOD.
Versie van 'Bagimu Neg'ri' uit 2011.
Versie van 'Gugur Bunga', gezongen door Tuti Maryati.