Al tijdens de Tweede Wereldoorlog waren er plannen om na de bevrijding een centrum op te richten voor oorlogsdocumentatie. Nederlandse hoogleraren onder leiding van historicus Prof. dr. N.W. Posthumus ontwikkelden dit idee verder. Voor hen stond het verzamelen en ordenen van materiaal over Nederland tijdens de periode van de Duitse bezetting centraal.

Aan de andere kant van de Noordzee dacht de Nederlandse regering in ballingschap in Londen daar net zo over. Zo riep minister Bolkensteyn eind maart 1944 via Radio Oranje de Nederlandse bevolking op dagboeken en brieven over de oorlog te bewaren. Zodra Nederland bevrijd was, konden die dan worden ingezameld.

Op 5 mei 1945 was Nederland bevrijd. Met de oprichting van een documentatiecentrum werd niet lang gewacht; slechts drie dagen later was het Rijksbureau voor Oorlogsdocumentatie een feit. Historicus dr. Loe de Jong, die tijdens de oorlog in Londen bij Radio Oranje had gewerkt, werd op 1 oktober 1945 benoemd tot chef. Daarnaast veranderde ook de naam van het Rijksbureau en heette het voortaan: het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie.

Een rondleiding door het nieuwe instituut. Tweede persoon van links is dr. L. de Jong, rechts professor Posthumus
De afdeling Beschrijving van het RIOD, ca. 1945-50