Lopend onderzoek

Wat heeft de Duitse bezetting betekend voor patiënten in psychiatrische instellingen en instellingen voor mensen met een verstandelijke beperking? Dit onderzoek richt zich op de gevolgen voor de psychische en lichamelijke (gezondheids-)toestand van patiënten, maar ook de houding van artsen en verplegers, bestuurders en de bezettingsmacht zal onderwerp van onderzoek zijn. 

Beeldbank WO2 – NIOD

In Nazi Duitsland werden psychiatrische patiënten als ongewenst beschouwd. Bijna 300.000 patiënten werden tussen 1933 en 1945 vermoord, met medeweten en meestal ook actieve medewerking van hun behandelaars. De erkenning van deze misdaden kwam pas laat. Dat is deels te wijten aan de relatieve onzichtbaarheid van deze groep mensen; geïnstitutionaliseerde patiënten met een verstandelijke handicap of een psychische aandoening zijn zelden erg zichtbaar. Pas in 2009 kwam de Deutsche Gesellschaft für Psychiatrie und Psychotherapie, Psychosomatik und Nervenheilkunde met een verklaring waarin de eigen verantwoordelijkheid voor deze massamoord werd erkend; juist de zorgverleners aan wie deze kwetsbare mensen waren toevertrouwd hadden het voortouw genomen bij hun verwaarlozing en vernietiging.

De Duitse casus roept vragen op over de lotgevallen van psychiatrische patiënten en verstandelijk beperkten in bezet Nederland. Exporteerde Duitsland de ideologie over het ‘volkslichaam’ waaruit ‘levensonwaardige’ elementen moesten worden weggezuiverd? Daar lijkt het niet op. Weliswaar waren ook in de Nederlandse psychiatrie eugenetische ideeën in de jaren 30 redelijk gangbaar, maar van een actieve uitroeiingspolitiek is vooralsnog niets gebleken.

Dat betekent evenwel niet dat patiënten niets te vrezen hadden. Recent onderzoek laat zien dat bij de verdeling van voedsel tijdens de hongerwinter sociale status een rol kon spelen (De Zwarte 2019). Veel status genoten ‘krankzinnigen’ en ‘idioten’, zoals ze destijds genoemd werden, niet. Bovendien waren ze in hoge mate afhankelijk van hun verzorgers. Werden ook zij achtergesteld en verwaarloosd? En hoe gingen de inrichtingen en tehuizen waar zij verbleven eigenlijk om met de moeizame oorlogsomstandigheden? Hoe ernstig waren de tekorten aan voedsel, textiel en brandstof, en welke gevolgen had dat? Hoe ontwikkelde zich het personeelsbestand en waren er nog wel genoeg verpleegkundigen om de patiënten adequate zorg te bieden?

Onderzoek naar de Willem Arntszhoeve in Den Dolder heeft aangetoond dat de omstandigheden daar erbarmelijk, het bestuur chaotisch en de sterfte onder patiënten hoog waren (Gietema en Aan de Stegge 2017) De Stichting Vergeten Slachtoffers Tweede Wereldoorlog, opgericht in 2017, heeft onder instellingen voor geestelijke gezondheidszorg (GGZ) en instellingen voor verstandelijk gehandicapten (VGN) met succes fondsen geworven voor diepgravend onderzoek. Ook het ministerie van VWS heeft een aanzienlijke bijdrage geleverd.

Het onderzoek richt zich op de volgende drie niveaus:

  1. medisch-epidemiologisch onderzoek naar patronen in ziekte, ondervoeding, sterfte, vooral aan de hand van geanonimiseerde patiëntengegevens;
  2. onderzoek naar institutionele praktijken en sociale aspecten: zorgpraktijk, ervaringen, onderlinge verhoudingen, reacties van personen en instellingen op de oorlogsomstandigheden enz.;
  3. onderzoek naar ideologisch-bestuurlijke aspecten, gericht op heersende opvattingen in en over de psychiatrie en gehandicaptenzorg, het beleid op langere termijn, de rol van besturen; binnen dit niveau zal ook onderzocht worden welke invloed nieuwe wetenschappelijke opvattingen hebben op het beleid binnen (en ten aanzien van) de instellingen. 

Op 14 maart 2019 is het onderzoek officieel van start gegaan en zal lopen tot maart 2022. Het onderzoek wordt uitgevoerd door NIOD onderzoekers dr. Ralf Futselaar en dr. Eveline Buchheim.

Met vragen of opmerkingen kunt u terecht op het e-mail adres info@niod.knaw.nl.